Zomaar een ochtend in de schoolvakantie, zo rond de klok van 7. Twee blonde wekkertjes gaan af, in willekeurige volgorde.
Dat gaat ofwel heel rustig, met een gefluisterd: “Mamaaah?” vlak naast me, in mijn oor, omdat ze het toch weer voor elkaar heeft gekregen om ongemerkt naast me in bed te kruipen.
Of het gaat wat minder rustig, met een: “MAMAAAAAAAAAAAH!! UIT! UIT! ETEN!” vanuit het kleine kamertje van zoonlief, die gewoon wil beginnen met de dag, vooruit, de zon is ‘aan’, ik ben blij en vrolijk en ik heb trek, waar wachten we nog op.

Hoe dan ook, the game is on.

Eenmaal beneden doe ik het inmiddels ingesleten ritueel met mijn ogen dicht. Ik zet James, compleet met volledige uitrusting in de vorm van een viertal specifieke knuffels en mijn oude I-dentifier (ja, inderdaad, zo’n ding om je bankzaken mee te regelen, don’t ask) op de grond, sluit dan als een razende het traphekje achter me omdat mijn spruit anders in een oogwenk weer boven zit inclusief pitstop in het bakje kattenvoer.

Ik beantwoord honderd-en-één kleutervragen en schuif ondertussen behendig alle vier de eetkamerstoelen minstens een meter van de tafel af, omdat anders de dreumes daar vliegensvlug bovenop zit om vervolgens zijn smile-and-wave te oefenen tegen de loodzware glas-in-lood-lamp. En die kan verdomd vervaarlijk slingeren, is mijn ervaring.

Dan loop ik door naar de koffie. In de tijd dat ik op de Aan! Ga aan! Snel! Ga the fuck áán!-knop heb gedrukt, nog een dertigtal waarom-vragen in behandeling heb genomen en een schone beker uit de vaatwasser heb geplukt, heeft James alle kasten opengetrokken, de oven aan en weer uit en weer aan gezet en liggen er drie bakken speelgoed op hun kant.
Van onder zijn krullen kijkt hij me zo charmant aan dat reprimandes achterwege blijven en ik hem lachend over zijn bol aai. Hij weet precies wanneer en hoe hij die onweerstaanbare kuiltjes in zijn wangen in moet zetten. Ik trap er gewoon weer in, net als anders, en hij weet het.
Kinderen zijn manipulatief as hell.

Hun papa Pieter en ik zijn uit elkaar. In kleutertermen hebben we ‘geen verkering meer, maar zijn we nog wel heel goeie vriendjes’. En gelukkig is daar geen woord aan gelogen.
Zoals aan het begin van onze verkering kregen we ook aan het einde ervan te maken met allerlei eerste keren.
De eerste keer niet meer samen slapen.
De eerste keer het allemaal alleen doen, met de kuikens.
De eerste keer een kuikenvrij weekend.

Het voelt raar, gek, onnatuurlijk om mijn kinderen niet bij me te hebben. Ze uit te zwaaien. Weg te zien rijden met hun papa achter het stuur met naast hem de lege plek waar ik altijd zat. Ik moest ervan huilen, naderhand. Ik moest er niet een beetje van huilen, ik moest er vreselijk van huilen.
Van die twee koppies, hun dapper zwaaiende knuistjes. Van hun “dag mama! Ik hou van jou!” en van hun “tot over twee nachtjes!” Van alles waar die lege passagiersstoel voor staat. De vakanties. Familiebezoekjes. Het draaien van slechte muziek en dan hard en vals meezingen (ik heb een diep ingesleten liefde voor guilty pleasures en daar schaam ik mij dus niet voor).

Tegelijkertijd voelt de vrijheid om alles, werkelijk álles, te kunnen doen, bijna overweldigend.

Tijdens mijn eerste kuikenvrije weekend vlogen de opties me om de oren. Ik kon een boek lezen. In mijn hangmat liggen. Een boek lezen terwijl ik in mijn hangmat lag. Ik kon gaan schrijven. Ik kon gaan wandelen. In bad gaan, heel lang. Ik kon een film gaan kijken of de hele dag Netflixen. Ik kon eindelijk aan de fotoalbums voor de kinderen gaan beginnen. Ik kon mijn computer opschonen. Ik kon.. ik kon… ik kon…
Er waren zoveel mogelijkheden dat ik een half uur op de bank voor me uit heb zitten staren.

Ik kon het weekend opvullen. Mensen zien. Praten. Dingen doen. Drinken. Uitslapen. Ik kon juist ook stil zijn. En eindelijk eens stoppen met rennen en beginnen met voelen.

Ik koos voor het laatste. Besloot eens uit te gaan zoeken wie ik nog meer ben behalve moeder. Mezelf te gaan hergroeperen. Want, hoewel ik nooit heb getekend voor deze situatie (ik wilde immers ook het voor-altijd-bij-elkaar-happy-family-plaatje) ontvouwde zich langzaam maar zeker wel een behoorlijk unieke situatie voor mijn ogen. Ik kan de komende tijd allerlei dingen zijn, op allerlei momenten.
En dat kan best heel prima vanuit mijn hangmat.

De laatste paar weken nam ik de tijd in het weekend. Tijd om rustig te doen waar de weken superdruk zijn. Tijd om te zwijgen waar de weken gevuld zijn met gepraat en geluiden. Tijd om het missen te voelen, oud verdriet te lijf te gaan, demonen te  vertellen op te tiefen. Tijd om sterker te worden, op te krabbelen en te gaan lopen.
Maar ook de tijd om mijn zegeningen te tellen.
Van twee gelukkige en gezonde kinderen. Van geweldige ouders. Kleurrijke vrienden. Van een leven dat me heel veel geeft om van te leren. Van dat ik zoveel dingen wel kan, waarvan ik had gedacht dat ik ze nooit zou kunnen.
Van de papa van mijn kinderen, met wie ik zo’n goed contact heb, op wie de kuikens zo dol zijn, met wie ik regelmatig samen eet en die daarna gewoon mee danst in de keuken, die boodschapjes voor me meeneemt en die zonder iets te zeggen een reep van mijn favo chocola mijn koelkast inschuift.
Nee, ik had er niet voor getekend, maar dit is toch echt wel de next best thing.

Langzaam maar zeker raak ik eraan toe om mijn kuikenvrije weekendjes weer eens te gaan vullen. Want er is nu best veel rust en vrede.
En soms is die er niet.
Maar dan zijn er vriendinnen, en dan is er wijn.

Dan dwaal ik door de keuken. De stoelen kunnen aangeschoven blijven staan. Er is niemand die de oven aan en weer uit en weer aan en weer uit zet. Niemand die op de tafel klimt. Niemand die me duizend vragen stelt. Het is heerlijk. Het is saai. Het is alles tegelijk. Dan vraag ik me onwillekeurig af: is het weekend nu kuikenvrij, of kuikenloos? Ik weet het niet. Het is allebei, denk ik.

Het is stil. Rustig. Ik maak koffie. Kijk naar buiten. Ik kan nu verdrietig worden. Ik besluit om dat niet te doen, ik besluit om blij te zijn.
Want morgen ben ik weer de allerbeste mama.

 

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)