Het derde deel in deze, zo goed als zeker eindeloos doorlopende, serie blogjes over mijn tomeloze onhandigheid. Hoe ik me verwond met een roerstaafje, struikelend, vallend, botsend en butsend door het leven ga en hoe het een wonder blijft dat ik al mijn eigen tanden nog heb. Hoe om mee heen alles kan instorten las een dominospel, een kettingreactie van kleine huishoudelijke rampen ontstaat, hoe een cake bakken kan ontaarden in een meel-mayhem in de keuken en ga zo maar door. De hieronder omschreven pijnlijke gebeurtenissen vonden natuurlijk niet op dezelfde dag plaats.

Het eerste voorval was niet grappig maar wel interessant. Hoe je jezelf overeind weet te houden als je je net eenjarige dreumes in je handen hebt en de laatste treden van je trap mist. Het begon al tegen een uur of vier in de ochtend. Omdat de kleine muis haar boventandjes krijgt wordt ze geregeld krijsend wakker, mama soms een hartaanval bezorgende. Ik kan serieus uit diepe slaap in een seconde of vier naast het ledikantje van mijn dochter staan sussen, me afvragende hoe ik daar heelhuids en zo snel ben gekomen. Uit stilstand vliegen, daar komt het op neer. Vorige week was het de hele nacht elk uur bal, dus toen ik Nimh uit bed haalde, ergens rond zes uur (haar “normale” tijd….), zag ik niet dat we samen nog niet helemaal beneden waren en stortte van de laatste twee treden af, met kind in mijn armen. Voor de trap is een tuindeur met een enorm raam erin en in een microseconde zag ik ons daar al doorheen schieten. Ik ben nu eenmaal een ramp-op-pootjes maar dit keer maakte ik een soort extreme knieval in dat metertje gang voor die glazen deur, sloeg mijn hand achter het hoofd van mijn kind en wist er voor te zorgen dat ze zachtjes met haar hoofd tegen het raam aantikte en meer schrok dan dat ze pijn had. Ik deed me des te meer pijn ,want ik was als een soort ridder die geslagen gaat worden in elkander gezegen, maar kneusde alleen mijn enkel, knie en arm in dat wonderlijke proces.

Zo is dat ook een keer gegaan toen Nimh nog maar een paar maanden was met een wasmand die ineens opdook voor mijn voeten. De keuze was; of er dwars doorheen stappen of proberen en overheen te stappen maar met mijn toen extreem gammele rug en bekken was dat laatste echt geen optie. Dus ik ging met mijn voet dwars dor de rand van de mand heen, in mijn hoofd was ik de stukken plastic al uit mijn been aan het plukken. Het bleek enorm mee te vallen en ik verwonderde me er toen al over hoe je met een kindje in je armen hele andere reflexen ontwikkeld om dat hummeltje te beschermen. Een goed systeem, al kom ik er nog steeds bekaaid vanaf. Naast val-incidenten ben ik ook een fervent struikelaar. Ik breek bijna mijn nek over deur-open-houders in donkere attractieparken(heb ik niet van een vreemde, mijn moeder brak laatst in de Efteling bijna haar nek in de enige kuil die je in het park kan vinden en plette hiermee bijkans kind en kinderwagen), stap op tentharingen die dwars door mijn schoen heen schieten, blijf hangen achter elke deurklink en stoot me aan alles dat enigszins uitsteekt op mijn weg zoals muren, deurposten en drempels.

De allermooiste recente mini-ramp was niet lichamelijk schadelijk maar geestelijk des te facepalmerig. Na een gezellig bezoek aan een UWV arts (cynisch bedoeld uiteraard) ga ik een zoveelste zenuwenplasje doen. Op het toilet zet ik mijn handtas gedachteloos in de wasbak. Na een minuut ongeveer (!!!) denk ik ‘Wat is toch dat gesis wat ik hoor?’ Wasbakken en kranen, lieve dames en heren, hebben tegenwoordig vaak een automatisch mechanisme. Als er iets voor/onder de kraan komt dan gaat deze aan. Ik keek angstig in mijn tas en trok hem, veels te laat, onder de lopende kraan vandaan. Kalm viste ik de elektronica (oordoppen, iPhone, batterij) uit de tas en keek naar de schade. Ongeveer tien centimeter water klotste me vrolijk tegemoet, met alle wijvenpuinhoop die we in zo’n tas hebben slingeren er zwemmend in. Mijn portemonnee plukte ik snel leeg (die dreef ook al) en de hydrofiel (ja, met kind heb je altijd in een of andere hoek of gat een hydrofiele lap) was wonderbaarlijk genoeg nog droog, dus ik heb mijn tas leeg gegoten, de hydrofiel onderin gepropt en ben gewoon druipend naar buiten gegaan. Op weg naar een leven zonder al deze onhandigheden, kan mij het allemaal schelen. Een spoor van druppels achterlatende stap ik gewoon op mijn fiets, blikken negerend en met een pokerface van hier tot Onhandigstan en terug. Je wordt namelijk bovenal enorm nuchter van al deze achterlijke ongelukjes. Damage control en weer doorgaan. Maar zo zit eigenlijk het hele leven in elkaar niet waar? Dit is dan ook vast niet de laatste Letselkneusdag-blog.

Lettie

Ik heb Altijd al mama willen worden maar wel met een kleine, zo niet onmogelijke kanttekening: Geen man? Geen baby. Ik wilde graag een gezin met meer dan twee leden. Er moest dus eerst een papa komen. Op de valreep van de vruchtbaarheid kwam die man en vader voorbij. Hij luisde mij erin en ik was na 5 maanden relatie al zwanger.

Op 20 juli, 5 dagen nadat ik 38 ben geworden, is onze dochter Nimhue geboren. Vanwege de onmogelijke uitspraak (Nimmewee) is haar roepnaam Nimh. Zij is, uiteraard, ons kleine wondertje. Eerder genoemde man en vader is mijn rots in woelige branding.

Sinds mijn 36ste weet ik dat ik ADHD heb, na een lange en vaak moeilijke zoektocht naar wat er nou toch 'anders' aan mij was.
Bloggen doe ik niet alleen over zwanger-en moederschap maar over het leven an sich. Naast dat ik schrijf voor mijn werk ben ik Event Manager en Wedding Planner. Mijn schrijfstijl is al sinds mijn eerste blogs onomwonden en kritisch en overgoten met een sausje van zwartgallig sarcasme. Ik ontzie niets en niemand, en zeker mijzelf niet. 
De belangrijkste kernwaarde in mijn leven: Liefde. En humor. Zonder humor was ik er allang niet meer geweest en zou ik al helemaal geen tweede baby willen.