Ik heb er de laatste tijd verre van schimmig over gedaan, de-papa-van-de-kuikens en ik zijn uit elkaar.
We zijn inmiddels een dik jaar verder sinds The BreakUp en we hebben een geweldige modus gevonden. Dat neemt echter niet weg dat er zich nog steeds geen fabeldieren of andere sprookjeswezens hebben gemeld om mijn huishoudelijke taken voor me uit te voeren, en dus dien ik die gewoon ordinair zelf te doen.
En dat blijft wennen.

Neem het avondeten. Waar ik voorheen telefonisch of per app de papa obscure instructies gaf als ‘doe maar iets met knoflooksaus’ of ‘doe die ene pasta maar, met die groene meuk erdoor’ moet ik het nu zelf 1. Verzinnen, 2. Scoren en ook nog eens 3. Uitvoeren, zonder dat vervolgens 4. te Cremeren.
Dus nou ja, kortom, deze mama kookt. Heel vaak letterlijk, soms ook figuurlijk, en heel af en toe tegelijkertijd.
Zoals gisteren.

Gisteren was mijn moeder ziek. Griep. En aangezien mijn moeder niet het type is van ‘als ik hier druk doet het daar pijn, uche-uche-uche’, was mijn moeder Echt Ziek.
En dus was James thuis, bij mij.
Prima. En nou ja, oké, zo’n streekroman schrijft zichzelf niet en ook de trainingen die we ontwikkelen met Need2Write hebben wel aandacht nodig, maar ja. Dit is overmacht. En dus gaan we er gewoon Het Beste van maken.

Nood breekt wet, en daarom mag James tot zijn intense vreugde Helemaal Alleen op de iPad. Waar zijn zus het apparaat doorgaans op sneaky wijze van het midden langzaam naar haar kantje schuift om vervolgens louter Ariana Grande-filmpjes te gaan kijken inclusief de inzet van een stevig robbertje psychologische oorlogsvoering en indoctrinatie van het allerhoogste niveau (“Dit vind jij ook leuk, James! Jawel. Jawel. Ja-wél!”), mag den peutert nu zélf bepalen wat hij gaat doen.
Blokjes bouwen bijvoorbeeld.
Een vormpjeskubus. Een zoet filmpje van Nijntje.
Dat wordt het allemaal niet.
Het wordt Bumba.

Als ik reeds bij de eerste ‘Bumbaloeeeee!’ voel hoe de haartjes op mijn armen massaal in de wave gaan, weet ik dat het schrijven een uitdaging gaat worden.
Niet alleen omdat A. de Ipad steeds omvalt, of B. James iets onhandigs aantikt met zijn garnalenvingertje of C. Het uitknopje wel heel verleidelijk is, waarna de boel weer opgestart moet worden, maar vooral ook omdat Bumba bloedirritant is.
Sterker nog: Bumba moet dood.

Ik hoor te denken aan marketing-gerichte teksten. Aan een stevige inhoud van onze training. Aan goed geconstrueerde zinnen. Oké, met coherente zinnen zou ik al heel blij zijn. In plaats daarvan denk ik aan messen, samurai-zwaarden en mosterdgas. Fragmentatiebom is ook een woord dat met een zekere regelmaat opdoemt.
Aiaiai.

De middag vordert, mijn tekst vordert matig. Maar, o joy, in de kinderstoel naast me wordt gegaapt, gegeeuwd, wordt er een hoofd demonstratief op een armpje gelegd op de tafel, kleuren koontjes rood. Ik kijk op de klok.
Nap-time! stel ik verheugd vast. In gedachten doe ik een dansje.
Met snelle halen plamuur ik pindakaas op een boterham en zie Vrucht van mijn Schoot no.2 al bijna indommelen. Ik verspil geen seconde en dirigeer de minitank naar boven.
We doen de pyjama.
We doen het liedje.
We doen de ‘ik hou van jou.’
We doen de ‘Lekker slapen hè?’ met als antwoord die felbegeerde ‘Ja.’
Kortom, we doen alles volgens het fokking boekje.

Ik roffel naar beneden en sluit me op in mijn schrijftunnel om twee uur te kunnen knallen.
Totdat:
“Maaaamaaaaaah..?”
Goed, denk ik verstoord, knuffel gevallen. Kan gebeuren. Was het maar zo’n feest.
Ik hobbel naar boven en tref daar een overmatig wakker jochie.
Neenee, nee. Zo gingen we dit niet doen. Jij ging slapen. Weet je nog? Sla-pen. Hop hop. Liggen, buikje aaien, hou van jou, muziekje aan, mazzel.
Ik hol weer naar beneden, dwing mezelf in de marketing-training-denk-modus en dan:
“Maaaaamaaaaaaaaaahhhh! Kommmmmmmmm jeeeeeeeeee!”

Wat dan volgt is zeker twintig minuten ‘denial’ van mij: hij heeft gewoon even tijd nodig om in slaap te vallen. Hij is moe. Echt. Komt goed.
En een zeer effectieve counteractie van hem. Joehoe. Ik ben hiehier. Ik ga helemaal niet slapen. Gefopt. Gotchaaaaa!

Ik zucht. Loop naar boven. Open de deur. En tref daar een jongetje dat alle middelen uit zijn charming-toolkit inzet. De lieve oogopslag. Het schattige giecheltje. De krullen en de kuiltjes in zijn wangen. Kinderen. Manipulatieve mofo’s zijn het.

Er zit niks anders op, ik neem Vrucht 2 mee naar beneden. Immers: if you can’t beat them, join them.
Hij lijkt instinctief aan te voelen dat ‘ie zich gedeisd moet houden en trekt zich dus zeer ‘Little House on the Prairie’-zoet terug met zijn speelgoed-afstandsbediening.
Die heeft honderdzesentwintig knopjes.
Met elk een eigen geluidje.

Ik voel de spanning naar mijn schouders kruipen terwijl ik me bewust ben van iets dat Gebeurt. En waarvan ik me had voorgenomen dat niet meer te laten Gebeuren.
Ik voel me falen.
Ik voel me tekortschieten.
Ik voel me half: een halve moeder die tegen haar zoontje “even wachten, mama is even bezig” zegt, terwijl de boodschap naar het werk “wacht even, mijn zoontje wil iets” luidt.
En die kolere Bumba, want de dreumes zag zijn kans schoon op de iPad, maakt dat ik naar buiten wil gaan met een zeis. En iedereen om wil maaien.

Ah, halfdrie, tijd om naar school te gaan. Godzijdank verloopt het hele school-fiets-boodschappen-traject vlekkeloos en bereik ik zonder kleerscheuren ons huis, inclusief beide kinderen en de tas met eten. Je kan zeggen wat je wil, maar het blijft een uitdaging.
En daar gebeurt het onvermijdelijke. Want James stort grandioos in.
En in de daaropvolgende twee uurtjes word ik tien jaar ouder.

James zit in de kinderstoel, dan wil hij eruit, erin, weer eruit en toch maar weer erin. Hij laat een blokje vallen, en huilt. Dan valt zijn beer, hij huilt. Dan huilt hij, en hij huilt.
Ik val uit naar een tweejarig mannetje, dat vervolgens stilhoudt en kijkt alsof ik zojuist zijn teddybeer heb verzopen. Hij huilt niet meer, maar ik weet niet wat ik erger vind.

Ik begin intussen met koken en bedenk dat ik wel weer eens gezonde notenkoekjes kan bakken. Het is immers een sereen en rustig moment dat zich daarvoor prima leent(<insert Eyeroll>).
Aan de tafel wordt gestreden om de iPad, Ariana G. zingt haar liedjes om het hardst met Bumba, en ik word gek, echt, ik draai door, het is een complot, het zijn de Illuminati, het is allemaal bedoeld om moeders gek te maken, de kalmeringsmiddelen-industrie zit hierachter, koop hier uw Xanax-shake, klik hier voor uw Oxazepam-abonnement.

Inmiddels zijn mijn koekjes klaar, is er in de keuken een Duplobom ontploft, staat mijn kip langzaam tot as te vergaan, wordt er gehuild, ik zou het best eens zelf kunnen zijn.
Ik bereik letterlijk mijn kookpunt wanneer ik me naar de tafel omdraai voor een crisisinterventie en ik vanuit mijn ooghoek een verdachte oranje-gele gloed zie oplaaien.

Waarna ik constateer dat debakplaatmetkoekjesheeftvlamgevat.
Wat?
Dat. De. Bakplaat. Met. Koekjes. Heeft. Vlamgevat.
Gewoon, vlamgevat. Omdat het kan.

Ik, rots van sereniteit, sla de behoorlijk hoge vlammen uit met de ovenwant, waarna ik de bakplaat wegtrek van het vuur. Zonder ovenwant, want die had ik immers nodig om onze keuken te redden, met dus als gevolg een blaar op elke vinger van mijn rechterhand.
Ik uit een brij van woordjes die bij de basisschool van mijn dochter op de Zwarte Lijst staan en haal lamlendig mijn kip van het vuur.
Dan laat ik me, murw geslagen, in een stoel zakken.
“Mamaaaaah?”
– “Nu even niet schat,” klinkt er van tussen mijn tanden.

Godzijdank is dat het moment dat ik Pieters silhouet ontwaar door de keukendeur. Hij is vroeg, vroeg genoeg om te kunnen voorkomen dat de ader op mijn voorhoofd knapt, dat ik een toeval krijg, dat ik wild kwijlend en onsamenhangende woordjes mompelend in een hoekje heen en weer ga zitten wiegen.
Het voordeel van bijna zeven jaar samen te zijn geweest: we hebben nog steeds maar weinig woorden nodig om te weten hoe de spreekwoordelijke vlag erbij hangt. Hij neemt het over.
Ik eet mijn gestolde kip.
Loop dan werktuigelijk naar boven. Trek mijn sportkleding aan. Slinger een soort zin die klinkt als “Mama gaat trainen joe!” de keuken in, stap op mijn fiets en laat me vrijwillig teisteren door wind en regen. Ik vind het nog lekker ook.

Het hoort erbij. Ik ben niet half. Ik ben heel. Ik doe wat ik kan. Ik doe mijn best, verdomme, en dat is voortaan goed genoeg. Ze zijn allebei blij, die kuikens, elke dag worden ze gevoed, gekleed en geknuffeld, wordt er gedanst, en dat is al een fucking prestatie, I go with the flow, als een zilte rietstengel in het wuivende avondrood. Maar dan met verbrande vingers.
Dit denk ik allemaal bij mezelf, als een dik uur later volledig stuk en beurs maar volkomen gelukkig weer naar huis fiets.
Ik ben oké.

Alleen Bumba. Die moet nog steeds dood.

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 36 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (5 jr.) en zoon James (bijna 2) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)