Een compliment kan zoveel meer goed dan dat een klacht kwaad bloed kan zetten. Ik stuur en geef graag (altijd welgemeende) complimenten. Een mail, een opmerking in de tram, wat zit je haar geweldig, wat een mooie rok, wat een zalig kindje, vaak teruggestamelde dankwoorden met een blos, ik ben er dol op. Als een bedrijf en persoon iets goeds of bijzonders hebben gedaan, stuur ik graag een bericht. Vandaag mag ik weer een mooi compliment uitdelen, ik ga er zelfs een kaart aan wijden. Daarbij doe ik, een beetje laat, de geboortekaart van Nimh.

Een jaar en zes dagen geleden beviel ik van het liefste, vrolijkste, mooiste cadeau ooit. Kleine, blije baby, nu dreumes, Huisman. Nimhue de Vrolijkste. Al eerder schreef ik een zeer open, eerlijke en hilarische blog over de bevalling, maar toch ben ik niet over alles eerlijk geweest. Het was buiten grappig, want geloof me, ik zie echt overal de humor van in, uiteindelijk best wel traumatiserend. Daar praten mama’s nooit over want dat schijnt erbij te horen. Het vier dagen doorbrengen in een verlosbed, het pijnlijke gewroet in me, de 60 man die mijn hooha hebben mogen bekijken en een twee keer verkeerd gezette ruggenprik na een weeenstorm van negen uur, waren op zijn zachts gezegd narigheid. Ook heb ik, misschien door mijn toegenomen gewicht of door die mislukte ruggenprik, al meer dan een jaar last van een zeer pijnlijke, beurse onderrug, ben ik half invalide en bekkenklachten had ik sowieso al vanaf drie maanden zwangerschap.

Vandaag moet ik terug naar het Haga ziekenhuis om via de neuroloog een afspraak te maken voor een MRI-scan om mijn rug eens grondig na te laten kijken. Radiologie ligt op een steenworp afstand van het Juliana Kinder Ziekenhuis, ondergebracht binnen het grote Haga ziekenhuis aan de Leyweg in Den Haag. Ik blik richting mijn eigen privé-hel en neem een spontaan besluit. Ik drentel naar de afdeling verloskunde. Bij het grote rek met geboortekaartjes sta ik al half te grienen. Nimh heeft hier nooit tussen gehangen omdat ik aan die vier/vijf dagen zo een naar gevoel heb overgehouden dat ik niets meer met dit hele ziekenhuis te maken wilde hebben en ik geen kaart heb gestuurd. Bovendien was de verloskundige een nieuw gezicht die pas 10 minuten voor de echte geboorte van Nimh kennis met ons maakte. Ik weet alleen haar achternaam omdat deze dezelfde als de mijne is, en hoor haar woorden “Hier Lettie, pak je kind eens aan” nog wel eens in mijn hoofd. Ik loop naar de balie nadat ik door de automatische deuren ben gegaan waar ik vaak, vaak, in die dagen doorheen ben gekropen. Verloskamer 8 ligt tegenover de deuren. Daar lag ik. Eigenlijk wil ik wel een verloskamer in, ik weet dat confrontatie, even lekker janken en een gesprek, bij mij wonderen doen en omdat we misschien ooit een tweede willen en een thuisbevalling niet altijd thuis afloopt, wil ik van mijn angst af.

Ik vraag aan een van de verpleegkundige of het druk is. Het is druk. Dames bevallen en masse tegelijk in juli, getuige het feit dat ik op een rubber en plastic verlosbed heb gekampeerd, die dagen in juli 2016, er was gewoon geen plek meer. Terwijl ik vraag hoe de verloskundige die Nimh ter wereld heeft geholpen, van haar voornaam heet, omdat ik graag eens wil kijken wie zij is, en ik stamel dat ik dan wel een andere x terugkom, begin ik onbedaarlijk te snikken. Ik kan er niets aan doen. De verpleegkundige staat kordaat op en heeft echt wel tien minuten zegt ze. We gaan een verloskamer in, dan hebben we dat ook maar meteen gehad.

De inhoud van het gesprek doet er niet zoveel toe, ik huil lange tranen en piep mijn ervaringen eruit, bespreek mijn angst, verdriet en ook ongenoegen (over de monsterlijke en gemene anesthesiste bijvoorbeeld), hoor over de verloskundige Hendriks, praten als mama’s onder elkaar, laat Nimh zien en ga met een opgelucht hart, goed gemoed en warm gevoel de afdeling af. Ik hoop niet dat ik naar het ziekenhuis hoef bij een tweede, en wil als we een tweede kunnen en mogen krijgen, graag thuis zijn, in mijn eigen, vertrouwde, ADHD-proof omgeving met verloskundigen die ik allang ken. Maar mocht ik terug moeten naar het JKZ, dan ben ik niet meer bang en is met tien minuten aandacht en wat liefde een trauma van een jaar weggenomen. Het ziekenhuis mag zuinig zijn op zo iemand en dat zal ik ze laten weten ook.

Beneden bij de balie, met de mascara in vrolijke streepjes op mijn wangen (zag ik later thuis…), helpt de ook al zo vriendelijke receptionist me de achternaam van deze verpleegkundige te ontfutselen bij een van haar collega’s op de afdeling. “Niks zeggen hoor, het gaat om een bedankje” zegt hij nog aan de telefoon. Ik ga zo een mooie kaart zoeken en sturen, haar afdelingshoofd een kort mailtje zenden en met een opgelucht gevoel verder met de toekomst. Dank je wel Angela. Mijn welgemeende complimenten.

Lettie

Ik heb Altijd al mama willen worden maar wel met een kleine, zo niet onmogelijke kanttekening: Geen man? Geen baby. Ik wilde graag een gezin met meer dan twee leden. Er moest dus eerst een papa komen. Op de valreep van de vruchtbaarheid kwam die man en vader voorbij. Hij luisde mij erin en ik was na 5 maanden relatie al zwanger.

Op 20 juli, 5 dagen nadat ik 38 ben geworden, is onze dochter Nimhue geboren. Vanwege de onmogelijke uitspraak (Nimmewee) is haar roepnaam Nimh. Zij is, uiteraard, ons kleine wondertje. Eerder genoemde man en vader is mijn rots in woelige branding.

Sinds mijn 36ste weet ik dat ik ADHD heb, na een lange en vaak moeilijke zoektocht naar wat er nou toch 'anders' aan mij was.
Bloggen doe ik niet alleen over zwanger-en moederschap maar over het leven an sich. Naast dat ik schrijf voor mijn werk ben ik Event Manager en Wedding Planner. Mijn schrijfstijl is al sinds mijn eerste blogs onomwonden en kritisch en overgoten met een sausje van zwartgallig sarcasme. Ik ontzie niets en niemand, en zeker mijzelf niet. 
De belangrijkste kernwaarde in mijn leven: Liefde. En humor. Zonder humor was ik er allang niet meer geweest en zou ik al helemaal geen tweede baby willen.