Mijn oma, nu bijna 90, is een Miep Kraak. Zij had altijd een lekker flesje met bijtende eau de cologne bij zich met een krakend schone, gestreken zakdoek om ‘lekker je handjes mee te doen’. Dan pakte ze ook altijd even m’n toet mee, geen enkele rekening houdende met mij allergieën en eczemen. Bacteriën waren nu eenmaal erger. Ik begin steeds meer op mijn oma te lijken. Sinds de baby er is maak ik de wc dagelijks schoon, poets ik het aanrecht meermaals op een dag en was ik me ongans, lekker, op 60 graden want dat doodt alles. Mijn smoezelige poezen zijn ondergeschoven kindjes geworden, tot mijn spijt, en sinds kruimel kruipt dweil ik om de dag en dragen we sloffen. Als papa een koortslip heeft haal ik het imkerpak tevoorschijn, voor hem welteverstaan. Kortom, mama heeft het graag een beetje schoon en fris.

Daar zit ik dan tussen de snotsnorren. Mijn baby gaat sinds een paar weken de maandag naar het KDV. Omdat ik nog steeds veel pijn heb in mijn rug en bekken, omdat ik een dagje ‘alleen’ wil kunnen zijn, misschien wat wil schrijven, wat meer wil rusten, wat oefeningen wil doen. Omdat ik ook een dag voor mezelf mag hebben. Toch? Momenteel roept alles in mij, mijn baby en mij zo ver mogelijk te verwijderen van deze poel des verderf. Links van mij zit Elsbeth van 12 maanden. Ze heeft net haar boterham met appelstroop in haar haar gesmeerd en houdt nu haar tuitbeker met melk ondersteboven op haar hoofd. De melk loopt gestaag haar nek in. Aan de andere flankeert Otto mijn dochter. Otto kijkt met grote ogen van verbazing naar mijn dochter en niest dan uitbundig. Groene, dikke draden, als breiwol, vliegen zijn neus uit. Ik huiver. Mijn kind grijpt naar de draden. Tegenover mij heeft Anna een chronische druipneus en daarnaast zie ik rode vlekjes. Die zitten overigens ook in mijn nek, zij het iets groter dan de waarschijnlijk waterpokkenvlekken van het jongetje van 2 dat bij Nimh op de groep zit.

Mijn baby naar het Kinderdagverblijf. Oftewel de Bacillen Uitwissel Club. Nimh wordt direct na een wenuurtje ziek. Wij ook. Met als verschil dat na een week van neuspeertjes, hoesten, snotteren, troosten en sussen wij nog steeds de longpleuris uit ons lijf proberen te hoesten terwijl Nimh blakend van gezondheid, op een paar korstjes in de neus na, door het leven gaat. Het enige dat ze momenteel mankeert is dat ze hangerig is omdat waarschijnlijk haar twee boventandjes door aan het komen zijn. Dat resulteert in hartverscheurend huilen om eigenlijk alles en omdat ze dat nooit doet huil ik zachtjes mee.

Toen we haar op het KDV hadden afgezet, voor het eerst voor een halve dag, moest mama op de gang heel hard huilen. Daarna zette ik stoer mijn zonnebril op en trok mijn vrijheid tegemoet. Wat duurde die middag lang. Op een klein drafje ging ik haar halen. Onze dochter bleek twee uur te hebben geslapen in de ochtend en nu sliep ze weer. Beteuterd droop ik af om nog even een boodschapje te doen, terwijl alles al in huis was. Ze kon duidelijk prima zonder mij. Stiekem is een afhankelijk baby’tje misschien niet makkelijk, maar wel lief. Maar mijn dochter deed het uitstekend zonder haar mama, terwijl dat andersom eigenlijk niet zo was. Ik mis het kind als mijn rechterarm en door al die rondwarende ziektes waar ze ‘weerbaar’ van schijnt te worden, voel ik me ook nog eens vreselijk schuldig. Maar ik kan niet echt tot rust komen of schrijven als ik weet dat mijn baby mij elk moment nodig kan hebben. Mijn focus ligt altijd bij haar als ze thuis is, en dat kost me al energie genoeg.

Over een aantal jaar gaat ze naar school en komen er vriendjes mee naar huis. Tegenwoordig schijnen kinderen te vragen of ze ‘af mogen’. Vroeger vroegen wij gewoon of die of die mee mocht komen spelen. Nu gaan we af. Ik ben ook een beetje bang af te gaan. Dat ik hier thuis die moeder ben die constant handjes wast en schoonmaakt, neuzen poetst en laat snuiten en met een Dettoldoekje de deuren af staat te nemen als er weer zo’n snottebel in huis is geweest (of nog is), dat ik glaasjes vers sap af en aan sleep en dat ze hier louter snoeptomaatjes en paprika krijgen omdat ze vitamines nodig hebben, die wandelende niesmachines. Mijn oma, nu bijna 90, ik lijk veel meer op haar dan ik denk. Ik ga alleen niet aan de slag met eau de cologne. Al heb ik wel een hele grote fles staan, dat is puur toeval. Denk ik.

Lettie

Ik heb Altijd al mama willen worden maar wel met een kleine, zo niet onmogelijke kanttekening: Geen man? Geen baby. Ik wilde graag een gezin met meer dan twee leden. Er moest dus eerst een papa komen. Op de valreep van de vruchtbaarheid kwam die man en vader voorbij. Hij luisde mij erin en ik was na 5 maanden relatie al zwanger.

Op 20 juli, 5 dagen nadat ik 38 ben geworden, is onze dochter Nimhue geboren. Vanwege de onmogelijke uitspraak (Nimmewee) is haar roepnaam Nimh. Zij is, uiteraard, ons kleine wondertje. Eerder genoemde man en vader is mijn rots in woelige branding.

Sinds mijn 36ste weet ik dat ik ADHD heb, na een lange en vaak moeilijke zoektocht naar wat er nou toch 'anders' aan mij was.
Bloggen doe ik niet alleen over zwanger-en moederschap maar over het leven an sich. Naast dat ik schrijf voor mijn werk ben ik Event Manager en Wedding Planner. Mijn schrijfstijl is al sinds mijn eerste blogs onomwonden en kritisch en overgoten met een sausje van zwartgallig sarcasme. Ik ontzie niets en niemand, en zeker mijzelf niet. 
De belangrijkste kernwaarde in mijn leven: Liefde. En humor. Zonder humor was ik er allang niet meer geweest en zou ik al helemaal geen tweede baby willen.

Latest posts by Lettie (see all)