Voorwoord. Deze blog is lang, intiem en privé. Maar elke (aanstaande) moeder is er geweest of gaat er misschien wel komen. Mocht je geen behoefte hebben aan een uitgebreid, persoonlijk en ook hilarisch bevallingsverhaal, lees dan niet verder.
The exorcism of Nimh. Het klinkt als een veelbelovende titel van een spannende horrorfilm niet? Maar je zal zien, op bepaalde momenten zaten we er niet ver vanaf…
Hou voor ogen dat ik, met de bijnaam Letsel, altijd wat bijzonder heb en er bij mij zelden iets normaal gaat. Nou, hou je vast, daar gaan we.

De inleiding

Op 17 juli, zondagavond, mag ik ingeleid worden. De verloskundige vraagt die middag nog aan me of ik daar helemaal achter sta. Nee. Maar had ik een keuze dan? Blijkbaar wel en dat was mij niet duidelijk. Ik ben opper dan op, alles doet pijn, slapen doe ik niet meer (ja, met babyslaap ik nu een stuk beter…) zitten en liggen en staan gaan ineens niet meer, maar nu kan ik wel lopen, terwijl ik de omvang heb van een gemiddeld zeecontainerschipje. Ik ben er zo klaar mee. Dus ik ga, “volledig” op de hoogte van de procedures, vol frisse moed en tegenzin, het Juliana Kinderziekenhuis in.

Wie wil er een ballon?

Ik ben niet dol op ziekenhuizen, ik heb er als kind iets teveel ervaring mee gehad.
Verrassing een: Er zijn geen gewone kamers meer vrij dus ik slaap in een verloskamer. Op een verlosbed. Ja, zo’n met plastic overtrokken gevaarte dat alle kanten opkan (ook nachts als ik, beweeglijk als ik ben, ineens op de knoppen lig te drukken in mijn ‘slaap’ en mijzelf langzaam sandwich tussen beide delen van het bed). Ik krijg vervolgens om 19:00 uur het ballonnetje. Vol goede moed spreid ik de benen. Dat zou ik die dagen heel wat vaker gaan doen dan mij lief is en de ordinaire maar oh zo ware opmerking “ Erin is leuker dan eruit” duikt ineens bij me op. Het ballonnetje inbrengen is op zijn zachts gezegd geen feestje. Dit deed, naast het aanbrengen van de hartmonitor op het hoofdje van de baby  (drie keer!!! Leuk, een kind met een volgroeide haardos…), voor mij nog het meest pijn. Naast de weeënstorm natuurlijk, daar komen we straks.

De volgende ochtend valt het ballonnetje eruit. Hoezee! Nu gaan we beginnen. Ik blijk krap een centimeter ontsluiting te hebben. Ondertussen negeert het gehele ziekenhuis en masse mijn zo zorgvuldig, in al mn control-freakerigheid opgestelde geboorteplan. Ik wil bijvoorbeeld niet teveel mensen aan mijn bed. Nou vergeet het maar, ik heb nu al 18 verschillende figuren gezien en het zouden er zonder gekheid 60 worden. Ook wilde ik graag beweeglijk blijven. Kunnen douchen, op de bal en eventueel baarkruk. Vooral niet teveel poeha. Maar na drie keer pilletjes op maandag en geen spontane weeën en pas 1,5 cm ontsluiting rammen ze maandagavond het weeën opwekkend infuus erin. Had ik al verteld dat ik door mijn medische verleden niet dol ben op naalden? Nee? Bij deze. Ik ben niet dol op naalden. En er komt een infuus.

Oh Mandy

Strak kijk ik naar Mandy, de verpleegkundige. Ze ziet er lief uit. Niet kundig maar lief. Dat bleek te kloppen. Mandy pakt mijn kleine, Indische handje en klopt wat op een ader. En prikt mis. En dan nog eens. Ondertussen lopen de tranen langs mijn wangen maar ik hou me groot want in paniek raken heeft geen zin, we zijn begonnen en we gaan het afmaken. Bovendien is bevallen erger dan dit. Toch? Nee, maar dat zeg ik achteraf. Ik ging naar het ziekenhuis om complicaties te voorkomen en alle complicaties die ik heb gekregen komen door? Juistem, het ziekenhuis zelf.
Mandy begint ondertussen aan mijn andere hand. Mijn vent, die ineens als een papa-grizzlybeer voor mij opkomt, besluit dat Mandy gaat stoppen en iemand gaat halen die het wel kan. “Mijn vrouw raakt volledig overstuur zo”. De Surinaamse hoofdzuster die daarna prikt, heeft  het in een keer goed. Goddank.

Ondertussen lig ik op vier plekken aan draden vast plus een bloeddrukmeter die veel te strak zit, als een gevangene die geëlektrocuteerd gaat worden. Mijn benen zijn onrustiger dan ooit. Dinsdag heb ik in de ochtend al aardig weeën. Ik bid op minimaal 4,5 cm ontsluiting. 2. eigenlijk nog 1,5. Ok. Ok ik blijf rustig. De weeën zijn namelijk al flink. Die bouwen zich in de loop der dag enorm op, zo erg dat ik, als men aan mijn infuusje gaat frunniken, piep dat ie niet hoger mag. “Jawel mevrouw, nu gaan we even door”. Ik voel me machteloos en nog meer een aansteller. Tegen vier uur dinsdagmiddag lig ik te loeien als een blauwe vinvis. Ik zing mijn weeën weg. Ik moet puffen hoor ik. Ik bijt de onverlaat die dat zegt toe dat ik dat niet kan en het kwijt moet. De weeënstorm die dan volgt is heftig. Ik heb drie centimeter. Als dit elk uur een cm erbij is met deze weeën kan ik de bevalling nooit aan.

De Bullstronk

Ik besluit iets te doen wat ik echt niet wil, maar wat wel verstandig is want ik raak in paniek en uitgeput. Ik wil een ruggenprik. Tot op het allerlaatst twijfel ik, en achteraf terecht. Maar er komt een anesthesist die zo lijkt te zijn weggelopen uit een Siberisch strafkamp. Ik noem haar (slechts haar naam verraad dat ze een vrouw is) meteen de Bullstronk. Die uit Mathilda. Zelfs mama en man zijn het erover eens dat ze daarop lijkt. Ondertussen drink ik groene ijsthee en wat spinazie-smoothie  (en die moet je even onthouden…). Ik ben doodsbang voor de prik maar de Bullstronk zet door. Ondertussen maakt ze tegen een verpleegster een opmerking “Nou mevrouw is bang voor naalden maar heeft wel een tatoeage op haar rug!”. Ik besluit me tussen twee weeën door (dat geeft me een seconde of 6) te verdedigen met dat het inderdaad een hele overwinning was. Daarnaast zou ik haar het liefst wurgen met de navelstreng maar die is nog lang niet in beeld. Ik leg me, nu met nog een infuus erbij, te rusten en wacht op de pijnbevrijding die gaat komen. En die niet komt.

De ruggenprik werkt niet. Een uur later komt dat dikke enge wijf weer binnen en jast nog eens 100cc verdoving in me. Maar werken deed het niet. Na de tweede prik ben ik het zo zat dat ik overeind ga zitten, mijn benen over de rand sla en zeg: ik heb nu even geen wee en ik ga plassen. Vol ongeloof begeleid men mij naar de wc. Als ik terug ben en een wee weg lig te loeien komt er een arts binnen “ Het ziet er inderdaad niet uit of mevrouw een epiduraaltje heeft gehad”. Ik besluit ook hem om te brengen. Later. Eerst dat kind eruit. Mijn kerel begint nu echt in paniek te raken en ik ook. Ik ben na 12 uur vette weeën uitgeput, bang en moe. Mijn ADHD zorgt ervoor dat er geen enkel filter meer is en ik ben een emotioneel angstig konijntje. Niet die stoere barende vrouw die ik wil zijn. Dus er komt een morfinepompje.

Morefine, more!

Morfine ga ik standaard serveren bij de thee. God wat is dat lekker. Tussen de weeën door, die ik nu beter op kan vangen, slaap ik af en toe. Ik wordt wakker van mijn eigen gesnurk. Een bevalling is niet charmant nee. Vanaf 21:00 uur dinsdag avond gaat het snel. De heftigste weeën zijn er voor een paar uur, mijn ontsluiting schiet eindelijk op. Ergens tegen 22 uur wordt ik misselijk. En dat dames, dat levert een hilarisch tafereel op. ‘Ik moet spugen!’ breng ik uit, en er komt zon klein, grijs, boonvormig bakje. Ik voel wat eraan komt en zie wat er in het bakje kan, en grijns. Vervolgens komt er een werkelijk griezelig heftige straal groenige drab uit me. Mijn moeder, die niet echt de dunste en kleinste is, duikt opzij, ik spuug via bakje nummer twee het raam onder. Daar lig ik twee meter vandaan. Ik moet lachen en het lucht op. Ondertussen zegt mijn vent : ‘Kots, Awesome baby!!’ Ik wil de exorcist quoten met ”Your mother sucks….”  maar gelukkig komt er weer een wee.

Pak aan dat kind

De persweeën beginnen om 23:30. Wat een verschil met de gewone weeën. Er komt een verloskundige binnen (Hoera! Weer een nieuw gezicht!) die zegt ook dat ik de weeën weg met puffen (DAT KAN IK NIET, IK LOEI, TRUT! Denk ik…ik zeg niks) en dat het hoofdje nog vrij hoog ligt. Ik mag af en toe mee persen om haar naar beneden te krijgen. Het volgende uur is er geen personeel want het is ontzettend druk. Bijna volle maan, er liggen twaalf andere vrouwen een kind te krijgen. Tegen een 01:00 zie ik de verloskundige binnenkomen met een plastic schort aan. Dat gaat goed denk ik nog. Na ongeveer 10 echte persweeën zegt de verloskundige dat ik mijn kind aan moet pakken. Het is 01:26, de volle maan begon om 01:20. Ik pak braaf mijn meisje aan. Nimhue. Onze Nimh.

Ik heb een mensje gemaakt! Ze is zo Chinees dat ik me even afvraag of ik een DNA test moet laten doen maar ze komt tenslotte uit mij en we hebben Indo Chinees bloed in de familie. Ik zeg het nog wel : ‘Die is niet van mij..’Wat is ze mooi, en af. Niet veel troep, ze is uit de vruchtzak gehaald, die was tot vrij laat in de bevalling nog aardig intact. Ze kruipt direct naar m’n borst. Ik wordt ondertussen “verzorgd” Ik heb een paar aambeien ter grootte van Madagaskar en omringende eilandjes, en er is een hoera-lipje gescheurd. Ik krijg een hechting. Een maar. Eerst even de placenta. Alsof ik Slimer uit Ghostbusters baar. En of ik m wil zien. Nee dank u wel, al die toeters en bellen, ik wil rust.

Dan de hechting.. Het spul om te ontsmetten prikt en ik vraag gortdroog aan de verloskundige of ze even wil blazen… Ze wappert wat met een kraammatje en moet lachen. Beetje raar eh, blazen. Ja, beetje raar. Ik vertel vrolijk over nog veel gekkere dingen zoals een lotusbevalling. Ondertussen wordt het navelstrengbloed verzameld voor donatie. Ik lig 1,5 uur met de kleine meid op me en krijg nog even een katheter. Auw. ik wil graag zelf plassen. Dus na twee uur schuifel ik lekker naar de douche. Ik was me, kom er achter waar dat gigantische kraamverband voor is (ja je bloed liters) en tel mijn zegeningen. De aanloop was dramatisch, de bevalling zelf echt prima. Het deel met persen zou ik zo nog eens doen in ruil voor 6 maanden geen onrustige benen. Sowieso zou ik zelfs deze bevalling liever opnieuw doen dan 9 maanden zwanger zijn… De bevalling krijgt dan ook een 7.

Tot Slot

Uitgeput vallen we (Thabo kon blijven slapen op de slaapbank) tegen een uur of 4 in slaap. De kinderarts kon nog komen. Als tegen 5 uur ons kindje begint te huilen staan we letterlijk beiden in een seconde naast ons bed. In de hoek van de kamer onder een lamp staat, als een enge heks in een verkeerd sprookje, iemand aan onze baby te friemelen! De kinderarts. Ze kreeg ons niet wakker. Mij niet?! ik slaap nooit diep, wordt al wakker van een hartslag. Maar ze kreeg ons niet wakker, zelfs niet met duwen en roepen. Volkomen afgemat. Maar met Nimh is alles goed, met mij zou dit wat langer gaan duren.

Dan mogen we 21 juli naar huis. De Janktocht met Maxi-Cosi in rolstoel (mag ik in een rolstoel, ik redt die 2 kilometer naar de uitgang denk ik niet. Het personeel kijkt mij aan alsof ik debiel ben. Ik MOET in een rolstoel) is geweldig. Ik wens de dikke zwangere mama’s grienend succes, de mama’s met wat oudere kindjes knikken mij weer bemoedigend toe. Het is prachtig. We hebben een dochter. We willen er nog een over een paar jaar 🙂

test

Lettie

Ik heb Altijd al mama willen worden maar wel met een kleine, zo niet onmogelijke kanttekening: Geen man? Geen baby. Ik wilde graag een gezin met meer dan twee leden. Er moest dus eerst een papa komen. Op de valreep van de vruchtbaarheid kwam die man en vader voorbij. Hij luisde mij erin en ik was na 5 maanden relatie al zwanger.

Op 20 juli, 5 dagen nadat ik 38 ben geworden, is onze dochter Nimhue geboren. Vanwege de onmogelijke uitspraak (Nimmewee) is haar roepnaam Nimh. Zij is, uiteraard, ons kleine wondertje. Eerder genoemde man en vader is mijn rots in woelige branding.

Sinds mijn 36ste weet ik dat ik ADHD heb, na een lange en vaak moeilijke zoektocht naar wat er nou toch 'anders' aan mij was.
Bloggen doe ik niet alleen over zwanger-en moederschap maar over het leven an sich. Naast dat ik schrijf voor mijn werk ben ik Event Manager en Wedding Planner. Mijn schrijfstijl is al sinds mijn eerste blogs onomwonden en kritisch en overgoten met een sausje van zwartgallig sarcasme. Ik ontzie niets en niemand, en zeker mijzelf niet. 
De belangrijkste kernwaarde in mijn leven: Liefde. En humor. Zonder humor was ik er allang niet meer geweest en zou ik al helemaal geen tweede baby willen.

Latest posts by Lettie (see all)