Op het aanrecht staan twee rugtasjes klaar in plaats van één. Naast elk tasje staat een plastic trommeltje, geschikt voor brood en fruit. Teddy heeft zelfs twee trommeltjes en een flesje drinken. James hoeft geen extra drinken mee, dat krijgt hij op de peuterspeelzaal.
Waar hij vandaag voor het eerst naartoe gaat.

Rond achten hijs ik alles op de fiets, nadat ik James ervan heb weten te overtuigen dat de skippybal écht niet mee kan. En de loopauto ook niet. En dat dat ook niet hoeft, want dat ze op school speelgoed hebben. En een glijbaan.
Bij het magische woord ‘glijbaan’ laat hij zich gewillig op de fiets tillen. Als ‘ie zijn eigen tasje maar vast mag houden. Dat mag.

Pffff, wat is Teddy ineens groot. Door de wol geverfd fietst ze naast me, heel casual, zij weet al van de hoed en de rand en het naadje en de kous en van hoe het leven in elkaar steekt.
Ze weet ook al wat ze worden wil later. Zeemeermin. Of ik op internet even wil zoeken naar een staart met kleurtjes en of ik haar voortaan Ariël wil noemen.
Al babbelend leidt ze me af van wat er komen gaat.
De Nieuwe Fase.
Het Loslaten.
Ik voel het in mijn buik.

Dit gevoel zit overigens niet alleen in mijn buik, maar vooral ook tussen mijn oren. Feitelijk maakt het qua tijd en beleving namelijk geen ene zak uit.
James gaat twee ochtenden naar school, nota bene op twee van mijn werkdagen.
‘Anders was hij bij mijn ouders geweest’, spreek ik mezelf vermanend toe. Hij was niet eerst wél thuis, en nu niet meer. Kom op. Doe normaal.
Maar dat is het niet. Het is dat fase-verhaal waar ik over struikel.

Kijk, dat hele moeder-ding is gewoon vreselijk dubbel. Soms kan je niet wachten tot ze groot zijn, omdat dat alles zoveel makkelijker zou maken.
Je hoeft niet meer te slepen met kinderwagens en autozitjes en speeltoestellen die qua omvang in MonkeyTown thuishoren maar die op een of andere manier toch in jouw keuken zijn beland. En die ’s avonds mee moeten in dat bedje, omdat de peuter-in-kwestie anders niet meer voor rede vatbaar is.

Je hoeft niet langer na te denken over voedingsschema’s of rekening te houden met middagslaapjes en met een beetje mazzel behoren die momenten van dikke vette luiers verschonen terwijl bij jouzelf het zweet door je bilnaad gutst (die dingen zijn namelijk áltijd vol op de meest onhandige momenten, daar worden ze op ontworpen, zowel de kinderen als de luiers, het is een complot, ik zweer het je) ook binnenkort tot het verleden.

Tussen ouder worden en openstaan voor logica en argumenten als ‘even wachten bij de stoeprand, want op de straat rijden auto’s’ of ‘nee lief, je skippybal past écht niet in je bed/aan mama’s fietsstuur/op je ontbijtbord’, of ‘nee schat, het maakt voor de smaak écht niet uit of je uit die groene of die blauwe beker drinkt’ zit, althans doorgaans, een causaal verband.
Met andere woorden: sommige dingen worden makkelijker naarmate je kind groter wordt.

En daar zit dan ook meteen het ding.
Want áls ze dan groot zijn, als je ineens ziet hoe je kind het voor elkaar krijgt om zelf haar kleding te verruilen voor haar pyjama, zelf haar tanden te poetsen en je inschat dat het misschien nog hooguit een jaartje duurt voordat ze zelf kan lezen, dan sta je ineens met een brok in je keel ter grootte van Gibraltar. Zie die maar eens door te slikken.
Als je voor de zoveelste keer een stapel te klein geworden kleding uit de kasten snoeit of je ze ineens allebei naar school brengt in plaats van eentje, dan kan je ze wel weer klein kijken. Terwijl je ze al die tijd groot wenste.

Vanmorgen keek ik naar James. Was je nog maar een dagje een baby, dacht ik toen.
Zat je nog maar eventjes in mijn buik. Gewoon, je bewegingen even voelen. Niemand voelde ze, alleen jij en ik, weet je nog?
Zo van mij.
Zo met z’n twee.
Eén keertje nog, één dagje maar. En dan graag zónder de uitgelubberde sluitspieren en het ongebreideld kotsen en de bevalling en bij voorkeur mét de weelderige haardos en die prachtige gloed en de mooiste buik van de wereld.
Maar dat kan niet, want je wordt alleen maar groter en groter en groter. En je zal niet stoppen voor je de 1.97 hebt bereikt, is de voorzichtige voorspelling van het consultatiebureau.
En nu ben je allang niet meer alleen van mij. Moet ik je met de hele wereld delen. Of in elk geval met de leidsters van de peuterspeelzaal.

Hij kan niet wachten. Laat zijn warme handje uit de mijne glijden en holt letterlijk naar binnen. Dat we eerst zijn grote zus nog weg moeten brengen bevalt hem maar matig. Hij wil de andere kant op. Hij wil naar die glijbaan.
Zijn er tranen bij het afscheid? Welnee. Ik krijg een knuffel en een zwaai en daarna is ‘ie alweer druk.
Moet je me niet wat meer nodig hebben jochie? denk ik. Kan je het nu al alleen?
Ja dus. Dat vind ik moeilijk. En ik ben er blij om, want ik had er niet aan moeten denken dat ze een jankende peuter van mijn benen hadden moeten pellen.

Zó dubbel, dat hele moederding. De ‘was je maar vast geboren’ versus de ‘zat je nog maar in mijn buik’. De ‘godsamme ik wou dat je eens even twee minuten je mond hield’ versus de ‘meeeh, wat is het stil hier’. De ‘was je nog maar een baby’ versus de ‘ik kan niet wachten tot je groot bent’.
En als kers op de taart nog de ‘zeg, hoor jij niet te huilen? Mama gaat wel weg hè, nu. Mama. Gaat. Weg!’ versus de ‘godsamme, gelukkig huil je niet, ventje. Dan had ik je misschien meteen weer mee naar huis genomen.’
Tijd. Het is een confronterende motherfucker. Want je knippert met je ogen en je kind is twee jaar ouder. En jij dus ook.

Maar hey. Laten we het vooral niet te zwaar maken met z’n allen. We gaan niet blijven hangen. We gaan niet aan de wodka, en al helemaal niet intraveneus (hoewel de gedachte vanmorgen eerlijk gezegd wel even door mijn hoofd is gegaan).
Wat we wél gaan doen is elke dag dansen. Spelen. Dwalen. Werken. Peinzen. Doorademen. En heel veel lachen.
En we maken er een fokking feest van.
Deal?
Deal.

En als ik ze vanmiddag na mijn werkdag weer ophaal, dan zijn ze weer lekker eventjes helemaal van mij. Jeujjj!

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 36 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (5 jr.) en zoon James (bijna 2) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)