De mensen die mij een klein beetje kennen weten dat ik een ras-atheïst ben en zó wars van religie in welke vorm dan ook dat de antichrist himself aan mij nog een puntje kan zuigen.

Toch zit mijn dochter op een christelijke school. Toen ze de leeftijd had om ingeschreven te worden hebben De Papa en ik namelijk gekozen voor de school die we het leukst vonden. Het prettigst. Waar we het beste gevoel bij hadden. En dat was deze.
Met het christelijke aspect heb ik verder geen problemen, zolang mijn dochter zelf maar mag bepalen wat ze gelooft en waar ze voor staat.

Bovendien is de school ook in dat opzicht heel oké.
De evolutietheorie komt later gewoon aan bod en Harry Potter-boeken worden weliswaar niet klassikaal behandeld, maar zijn wél in huis voor de kinderen die ze zelf willen lezen. Ik vind dat dus een prima compromis.
Bovendien heb ik zelf de laatste twee jaar van mijn basisschool-carrière op een christelijke basisschool doorgebracht. Het was een absolute verademing na de Hel op Aarde van een andere (overigens openbare) school, waar ik vreselijk ben gepest.
Op mijn nieuwe school vond ik vooral dat liedjes-zingen met mijn klasgenootjes geweldig. Ik zong over Grazige Weiden en de Heer is mijn Herder. Wist ik veel. Ik had gewoon lol.

Van zingen krijg je energie en zingen is voor mij dan ook altijd een goede graadmeter voor hoe ik in mijn vel steek. Kort gezegd: ben ik blij dan zing ik, zing ik, dan ben ik kennelijk blij. Zingen is dus hoe dan ook altijd een goed teken. Hetzelfde geldt overigens voor mijn dochter, die dol is op zingen (en die net zoals ik weer andere kwaliteiten heeft).

Toen ze vorig jaar haar eerste schreden zetten in de wondere wereld van het basisschoolleven kwam ze rond de Paastijd thuis met de vraag: “Mama, wil je een liedje horen?”
Verheugd riep ik natuurlijk volmondig ‘Ja!’ en met haar mierzoete kleuterstemmetje loeide ze:

“Weeeeeeet je dat de lente komt, lente komt, lente komt! Weeeeeet je dat de lente komt, de lente komt eraaaaan!”

Met tranen in mijn ogen en een van trots gezwollen moederhart luisterde ik naar teksten over blaadjes en knopjes en hier en daar een verdwaald lammetje en net toen ik op mijn allerkwetsbaarst was klonk het:

“Weeeeet je wel dat Jezus leeft, Jezus leeft, Jezus leeft! Weeeeeet je wel dat Jezus leeft, Hij is opgestaaaaaan!”

Op dat moment begonnen er in mij gevoelens van een heel andere aard op te bloeien, om maar in die termen te blijven. Maar hey, we hadden zelf voor een christelijke school gekozen, ik moest dus niet zeuren. Het was niet verwonderlijk dat Jezus op zeker moment om de hoek zou komen kijken. Iets met slikken of stikken.
Maar we waren er nog niet, want mijn dochter vervolgde:

“Ze hébben Hem gekruisigd, en in een gráf gedaan. Maar toen op zek’re morgen, is Hij weer opgestaaa-haaaaaaan!”
En in één adem door: “Mama, wat is gekruisigd?”

Wat zullen we nu krijgen? Mijn dochter is net vier! Die hoeft van mij nog helemaal niet te worden blootgesteld aan horror van halfnaakte mannen aan kruisen met gaten in het lijf en speren en toestanden. Ik bedoel: ieder z’n ding, respect to all en to each his own, zoals ze in Frankrijk zeggen.
Maar persoonlijk vind ik dit echt zestien-plus-materiaal.
Ik raakte ook lichtelijk verontwaardigd. Hóe meedogenloos, om dat gruwelijks stiekem te verstoppen in een onschuldig liedje over lente en lammetjes. Alsof je een dikke vette larve aantreft in je Kindersurprise.

Van hoera-het-is-lente in één moeite door naar-Jezus-aan-het-kruis. Indoctrinatie en manipulatie van het allerhoogste niveau dit, want het liedje is verdomme ook nog eens super-catchy.
En misschien is dat ook wel de enige manier om die onverteerbare brokken hapklaar te maken, wie zal het zeggen.
Anyway.

“Ehm…”

Terwijl twee grote ronde kinderogen, hongerend naar nieuwe kennis, me verwachtingsvol op stonden te nemen mompelde ik lafjes iets over Jezus, spijkers en een kruis. Ik liet mijn woorden wegsterven en daarna overgaan in de vraag of ze nog limonade wilde? Wat chipjes misschien? Ze trapte er niet in.

“Dus… ze hebben… spijkers door zijn hánden gedaan?” vroeg ze ongelovig. Haar ogen werden nóg groter. “Maar doet dat niet heel erg pijn?”
“Ehm…” kuch, “ja, ja dat lijkt mij wel.”
-“En toen hebben ze hem in een graf gedaan.”
“Ja.”
-“Wat is een graf?”
“Dat is een plek waar je wordt begraven als je dood bent.”
-“Als je dóód bent? Net als Omi?”
“Ja, net als Omi.”
-“En toen is Hij weer opgestaan? Dat kan toch helemaal niet?”

Nee, dat kan dus helemaal niet. Alleen in verhaaltjes en in sprookjes. Het was dát moment dat ik haar, mijn uit de kluiten gewassen spruitje, voor het eerst kritisch zag nadenken.
Ik vond het geweldig. Toe maar, kind. Zet je vraagtekens.

“-Geloof jij dat, mama?”
“Eerlijk gezegd niet, lief. Ik geloof weer in andere dingen. Iedereen mag denken en geloven wat ‘ie zelf wil. Dus jij ook. En blijf ook altijd zélf nadenken, goed?”

We zijn inmiddels een jaar verder en afgelopen week neuriede ze opnieuw dit liedje toen ze op de deurmat haar schoenen zat uit te trekken. Twee kuub zandbakzand stroomde door de gang terwijl ze zachtjes voor zich uit zong over Jezus aan het kruis.
Ik denk terug aan ons gesprekje van een jaar geleden en grinnik inwendig.
De volgende dag, de kuikens zijn bij hun papa, sta ik de bedden te verschonen en betrap mezelf erop dat ook ik zomaar opeens gedachteloos zing over dat Hij weer is opgestaaa-haaaaaan.
WTF gebeurt híer?!
Ik zoek snel een andere zender op en schud zachtjes mijn hoofd.
Een bakkie karma, ik zal het wel verdiend hebben.

Catchy-liedjes-makende-modderfokkers.

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 36 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (5 jr.) en zoon James (bijna 2) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)