Waarom ik digitaal strenger ben geworden na twee hacks
De eerste keer dacht ik nog: dit kan gebeuren. Een verkeerde download, een beetje pech. De tweede keer wist ik dat het geen toeval meer was. Michael was opnieuw gehackt.
Accounts weg. Geld verloren. En ineens voelde het digitale leven niet meer als iets dat zich alleen op zijn scherm afspeelde, maar als iets dat ons hele gezin raakte.
Toen het niet bij hem bleef
Wat het extra confronterend maakte, was het domino-effect. Het bleef niet bij zijn game-account. Omdat alles tegenwoordig gekoppeld is, moesten ook onze eigen accounts eraan geloven.
Vanaf dat moment voelde online niet meer vanzelfsprekend veilig. Niet voor hem, maar ook niet voor ons. Iets wat altijd vanzelf ging, werd ineens iets waar ik dagelijks alert op moest zijn.
Boos, verdrietig en angstig tegelijk
Mijn eerste reactie was allesbehalve rustig. Ik was een mix van emoties:
- Boos: Omdat we hier zo vaak over praten (“Klik nou niet op die linkjes!”).
- Verdrietig: Omdat ik zag dat hij het niet expres deed. Hij was zelf ook in paniek.
- Angstig: Omdat de gevolgen ineens tastbaar waren. Geld dat weg is, accounts die je niet zomaar terugkrijgt en het gevoel dat je de controle kwijt bent.
Waarom uitleg soms niet genoeg is
We leggen thuis alles uit. Over veilig downloaden, over niet zomaar ergens op klikken, over vertrouwen. Maar een puberbrein werkt anders. Michael is impulsief en gevoelig voor beloning.
Hij wil meedoen en niets missen. Games als Fortnite en Minecraft spelen daar slim op in. Doelen halen, samen spelen met vrienden, dat sociale aspect vindt hij misschien wel het allerleukste. En hackers weten dat. Ze beloven ‘gratis skins’ of ‘snelle levels’. Voor een impulsieve puber is de verleiding dan vaak groter dan de waarschuwing van zijn moeder.
Waarom ik technische grenzen ben gaan stellen
Daarom ben ik gestopt met alleen maar ‘vertrouwen’ en ‘uitleggen’. Ik heb technische muren opgetrokken.
Ik beheer nu de wachtwoorden. We gebruiken overal tweestapsverificatie (2FA). Ik kijk mee met wat er geïnstalleerd wordt. Niet omdat ik hem wil pesten, maar omdat de digitale wereld voor hem nog een speeltuin is, terwijl het voor hackers een businessmodel is. Als hij de gevaren nog niet kan overzien, moet ik de poortwachter zijn.
Strenger zijn voelt niet altijd goed
Sindsdien ben ik angstiger geworden. Niet verlammend, maar wel aanwezig. Ik kijk anders naar wat er online gebeurt.
Ik twijfel soms of ik niet te streng ben. Geef ik hem niet te weinig vrijheid? Belemmer ik hem niet in zijn ontwikkeling? Maar dan denk ik terug aan die avond dat alles misging. De stress, het geld, het gedoe om alles te herstellen. En dan weet ik weer waarom ik deze keuzes maak.
Conclusie: Opvoeden in een digitale wereld
Ik weet dat ik niet alles kan voorkomen. Fouten horen erbij, ook online. Maar ik weet ook dat het internet allesbehalve veilig is voor jongeren. Daarom kijk ik mee, stel ik grenzen en laat ik minder los dan ik misschien zou willen.
Niet om te controleren, maar om te beschermen. En dat is waarom ik digitaal strenger ben geworden als ouder.
Lees ook:
👉 Zorgt dat strengere toezicht voor ruzie? Lees hier hoe ik de verbinding met Michael probeer te houden.
👉 Wil je weten welke apps ik wél en niet toesta? Bekijk hier mijn Social Media Gids.
