STOER!

stoer

Hoe we het ook wenden of keren, al op jonge leeftijd worden kinderen als vanzelf in een soort rollenpatroon gedrukt. Serieus. We indoctrineren ze waar ze bij staan.

Die kinderen-in-kwestie ademen daar overigens gewoon in mee. Zo vroeg ik Teddy eens of de tekening die ze aan het maken was voor opa was, of voor oma.
“Voor oma,” zei ze direct en met volle overtuiging. “Want die is met roze glitter en jongens houden niet van roze glitter. Want dat is voor meisjes.”
“Maar heb je al eens aan opa gevraagd wat hij van roze glitter vindt?” vroeg ik. “Misschien vindt opa roze glitter juist heel mooi.”
“Hahaha! Nee joh! Want opa is een jongen!”
Kennelijk vond ze me heel gek, want ze kwam niet meer bij van het lachen.

Door omstandigheden wisten we het geslacht van onze eerste vrucht al ruimschoots voor de twintig-weken-echo.
“Ik krijg dan wel een meisje, maar ik doe straks écht niet alles roze. Hoor.” Ik hoor het mezelf nog zeggen.
Aangezien Pieters familie al generaties lang vrijwel alleen maar in staat leek tot het produceren van jongetjes had ik met pijn in mijn hart afstand gedaan van de naam Teddy, die ik al vanaf mijn zestiende bovenaan mijn lijstje had staan. Maar toen belde de arts met goed nieuws.
‘Ze’ was gezond.
Ze? Ja. Ze.
In de familie vielen heel wat monden open. We kregen niet alleen een dochter, maar ook een noviteit.

Tegenover mijn toenmalige werk zat een filiaal van de HEMA, waar ik ongeveer vanaf de conceptie kind aan huis werd. Steeds nam ik een dingetje mee; de ene keer deed een mutsje me de tranen in de ogen schieten, dan weer gaf een paar sokjes me hartkloppingen.
Met enige regelmaat kreeg ik ook van familie of vrienden alvast een bijdrage aan de uitzet. Maar steeds meer mensen begonnen verlangend aan me te vragen of ik ‘wilde weten wat het werd’ en of ik het dan ook met ze wilde delen, want dan konden ze ‘gericht’ iets kopen.
Het punt is namelijk, qua neutrale babykleertjes zijn er eigenlijk maar drie smaken; gebroken wit, crème en ecru. En voor de oplettende lezer; ja, dat is inderdaad allemaal ongeveer hetzelfde.
Nadat we ons nieuws wereldkundig hadden gemaakt zag ik mezelf in een mum van tijd voorzien van enorme bergen kleertjes met roze bloemetjes, streepjes, stippeltjes en vooruit, ook wat effen roze. Allemaal variaties op hetzelfde thema. Roze.

Dat meisjes standaard in roze moeten en jongetjes in blauw heb ik altijd al een achterhaald idee gevonden, maar het aanbod geeft maar weinig keus. Zodra kinderen iets ouder worden dient een nieuwe wereld aan kledingopties zich aan, maar de voortdurende bevestiging van aloude rolpatronen zit ook op dit gebied op sneaky manieren in onze samenleving verweven.
Sla voor de grap eens een speelgoedgids open. Schattige meisjes met krulhaar en een engelachtige glimlach hanteren routinematig een zuurstokroze ministrijkbout, terwijl drie pagina’s verderop stoere knullen in de weer zijn met auto’s en treinen.
Ik weet zeker dat mijn broertje bijna een hartverzakking kreeg toen hij jaren geleden een keer thuiskwam en zijn peuterzoon aantrof met roze gelakte nagels, een prinsessenjurk en kaplaarzen. Mijn schoonzus en nichtje hadden er een gezellige middag van gemaakt.
En ik weet ook zeker dat er nog steeds hele kuddes papa’s zijn die eigenlijk niet willen dat hun zoon met Barbies speelt. Of ze dat nu toegeven of niet.

Maar ik dwaal af.
Wanneer het weer tijd is om een nieuwe lading kinderkleertjes aan te schaffen dan moet mijn moeder mee. Weet je waarom? Ik ben namelijk klerenblind. Nee, dat is geen typefout, ik kan blauw heel goed van rood en groen onderscheiden. Helaas heb ik echter niet alleen achteraan gestaan bij het uitdelen van Gevoel voor Stijl, toen ik eindelijk aan de beurt was ging nét de kraam dicht.
Staat dat stippeltje op dat streepje nou afschuwelijk, of juist lekker funky? En kan dat bloesje op dat rokje?
“Maar lieverd,” zei mijn moeder eens een tikje medelijdend toen ik twee kledingstukken bij elkaar hield. “Dat zijn toch twee heel verschillende stijlen? Zie je?”
“Oh ja!” zei ik. Maar ik meende er niets van.
Het is net als met wiskunde. Ik zie het gewoon niet.

Rekken vol kleding vind ik intimiderend en benauwend en winkels als H&M en Primark beschouw ik als het voorgeborchte van de hel.
Aangezien James zomaar een hele maat oversloeg (maat 68 wordt natuurlijk ook enorm overgewaardeerd) en de pogingen om hem in een krap bloesje te wurmen echt op kindermishandeling begonnen te lijken moest ik eraan geloven.
Ik. Moest. Winkelen.

Waar heel veel vrouwen zich dan verheugd in de handen wringen ontstaan bij mij spontaan rode vlekken in mijn nek terwijl ik mezelf hyperventilerend om een lantaarnpaal voor de deur van de winkel heen gevouwen terugvind en ik, als ik dan uiteindelijk al “Ik wil niet! Ik wil niet!” blèrend aan mijn haren naar binnen word gesleurd, kermend mijn nagels in het hout van de deuropening sla voordat ik mijn strijd moet staken en ik murw geslagen en met hangend hoofd de desbetreffende winkel betreed.
Ik hou, zeg maar, niet zo erg van winkelen.

Anyway. Wat me dus vooral opvalt is hoezeer de kleding van onze jongste telgen doordrenkt is van de patronen volgens welke wij volwassenen kennelijk vinden dat onze kinderen zich zouden moeten voelen of gedragen.
Zo bestempelt een bekend kledingmerk meisjes als ‘LIEF!’ en jongens als ‘STOER!’
Maar ik vind mijn meisje, naast lief, ook superstoer. Helemaal als ik haar met rode konen en verwarde haren als een malle door het parkje zie steppen, zie vallen, en dan zie hoe tandenknarsend weer opstaat terwijl ze met pijn vertrokken gezicht roept dat ze geen pijn heeft.
Mijn jongetje? Stoer? Met zijn fluffy donshaar, grote blauwe kijkers en standaard aanwezige sliert kwijl vind ik hem ongeveer net zo stoer als een pasgeboren zeehondje op het ijs.
Nu vind ik hem vooral lief. Maar vind maar eens een jongensmodel T-shirt met LIEF! erop. Geen beginnen aan.
Ik vond overigens wel veel shirts met teksten als ‘Boef’, ‘Loud’ en ‘Naughty’. Die liet ik links liggen. Straks zadel ik mezelf op met een selffulfilling prophecy, zul je net zien.

Uiteindelijk ging ik naar huis met een tas vol door mijn moeder gesouffleerde setjes die leuk, stijlvol en schattig zijn, zonder truttig of saai te worden. Dank je wel mam, dat was me in mijn eentje nooit gelukt zonder minstens een willekeurig iemand heel veel pijn te doen uit frustratie.

Ik ga toch eens nadenken over hoe ik het, in mijn eigen kleine microkosmos, voor elkaar krijg om spelenderwijs te breken met het rollenpatroon zonder mijn kinderen in dat proces te beschadigen. Om ze te leren dat ze vaak lief zijn én stoer én soms lastig én doorgaans grappig én ook wel eens ronduit vervelend en dat dat allemaal mag.

Dan ga ik nu voor James’ verjaardag vast eens Googlen naar een roze skippybal. Met glitters.

Latest posts by Charlotte (see all)
0 Reacties
Delen

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 38 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (7 jr.) en zoon James (bijna 4) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus. Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten