MonkeyTown: een verslag

monkeytown-een-verslag

Het is donderdag 4 januari. Als gevolg van de kerst alsmede Oud&Nieuw alsmede het 1-januari-gala lijkt mijn lijf momenteel vooral te bestaan uit suiker, kaas en alcohol en hier thuis heb ik twee kuikens met nog een restje kerstvakantie van het winderige, druilerige soort.

Zweetsnor
Ik ben de enige volwassene aanwezig en heb slechts beschikking over twee handen en voeten om die kuikens gezond en wel door de dag heen te managen en het aantal mogelijke activiteiten waarvan ik niet op voorhand al depressief en suïcidaal word is op een hand te tellen.
Een strandwandeling? Regen, wind, twee onwillige kinderen. Valt af.
Een boswandeling? Regen, wind, twee onwillige kinderen. Valt af.
Een boswandeling, het gifgroene drankje? Dat mag niet van de Raad voor de Kinderbescherming. Valt dus ook af.
Bioscoop? Leuk met de kleuter, maar met een wegsprintende peuter met de concentratieboog van een Siberische dwerghamster met ADHD, neuh.
Zwemmen? Leuk met de kleuter die tegen haar A-diploma aanzit. Maar met een wegsprintende peuter zonder het woord ‘angst’ in zijn woordenboek een mental breakdown mijnerzijds waiting to happen, mwah.
Dat èn, honderd graden in het zwembad dus zweetsnor. Valt af.

Martelkamers
Al probeer ik het nog zo hard, ik kan er niet omheen. Het is werkelijk waar mijn enige optie. De plek waar kinderen hun gang kunnen gaan, nagenoeg zonder schade aan te richten. De plek waar kinderen zó moe raken dat je de rest van de dag geen kind meer aan ze hebt.
De plek die bij mij ook wel bekend staat als de Zevende Cirkel van de Hel. Omdat het er zo heet is. En lawaaiig. De plek waar de bedenkers van de middeleeuwse martelkamers nog wel een puntje aan konden zuigen.
Oftewel: MonkeyTown.

In denial
Natuurlijk ga ik dit niet in mijn eentje aan en dus giet ik het in een voorstel aan mijn vriendin Esther, die twee jongens heeft. Niet dat ze me wat verschuldigd is ofzo, maar ik heb haar natuurlijk wel geholpen met verhuizen.
Ik doe het voorzichtig, per whatsapp. Dan kan ze in elk geval geen dingen naar me gooien. Tot mijn intense vreugde reageert ze direct positief. Ze vindt het een ‘prima plan’.
Zou ze weleens in MonkeyTown zijn geweest? Of is ze, net als ik, nu alvast ‘in denial’? Ik vraag niet hoe het kan, maar geniet ervan. Zoals mijn moeder dan pleegt te zeggen.

Wodka
De Dag des Oordeels breekt aan. We prakken vier kinderen plus toebehoren in twee auto’s. Ik besluit om haar pas op de plaats van bestemming te vertellen over de twee flesjes Spa Blauw die ik stiekem gevuld heb met wodka. Liefde is elkaar verrassen, immers.
Na een minuut of twintig arriveren we en da’s maar goed ook, want mijn kuikens stuiteren nu al bijna door het dak heen van pure vreugde. Gelukkig trek ik die gordeltjes altijd lekker strak aan.
Op de parkeerplaats is het ramvol, op, serieus, twee plekjes na.
Karmapunten, mensen. We hebben ze verdiend. Nu al.

Dans der Overprikkeling
Eenmaal binnen wordt het pas echt een uitdaging om de kinders in het gareel te houden. De Dans der Overprikkeling is begonnen. Overal zijn ballen. Springdingen. Klimtoestellen. Herrie. Kinderen. Heel, veel, kinderen.
In het midden van de ruimte een paar vierkante meter tafels en stoelen waar verdwaasd uitziende volwassenen op telefoons en tablets turen met de gedissocieerde uitstraling die zegt ‘het licht brandt, maar er is niemand thuis’.
Dat zijn de bofferds, de lucky bastards van wie het kroost min of meer groot genoeg is om zelf de weg te vinden door de kunststof jungle.
De minder gefortuneerden hebben geen tijd voor hun happy place, die moeten achter hun koters aan. In gaten klimmen. Zich tussen kussens doorwringen. Door ballenbakken waden.
De bodems van die ballenbakken liggen overigens bezaaid met kinderlijkjes, wisten jullie dat?

Die minder gefortuneerden; ik ben daar een van. De laatste keer dat we hier waren nog wel, althans. Sterker nog, toen liep ik nog een brandwond op van het zeil van die ene glijbaan waar mijn peuter wel honderd keer vanaf wilde.
Vanbinnen huil ik zachtjes.

Yes you can
Verwilderd en nu al transpirerend blikken we om ons heen op zoek naar een vrije tafel die we als ankerpunt kunnen gebruiken. Er zijn talloze plekken waar niemand zit, maar waar alleen jassen over stoelen zijn gegooid. Zeg maar: het equivalent van het handdoekje-neerleggen in all inclusive resorts.
Net als we uit wanhoop besluiten om maar ergens ongevraagd aan te schuiven klinkt naast ons een warme stem die zegt: “Jullie mogen mijn tafel wel hoor, ik ga met vijf minuutjes weg.”
Ze kijkt ons meelevend aan, zo van ‘ik mag zo weg, jullie moeten nog beginnen’. Ze geeft ons een bemoedigend knikje en een yes-you-can-vuist. Wij bedanken haar hartgrondig en confisqueren de tafel onmiddellijk.

Klots-oksels en koffie
De kleuters ontdoen zich al snel van vestjes en schoeisel, ik leg tot mijn onuitsprekelijke opluchting mijn jas en sjaal naast me neer en wanneer ik me omdraai zie ik met klots-oksels nog net mijn peuter op zijn sokken als een pijl uit een boog wegschieten, achter zijn zus aan.
Binnen drie tellen bevindt zich hij schaterend boven in de zeil-en-plastic-constructie, vindt zijn weg naar een ballenbak en heeft nu al de tijd van zijn leven.

“Nou,” zegt Esther uitademend. “Koffie dan maar?”
Koffie. My magic word. Mijn levenselixer. Ik hou mijn jongetje scherp in de gaten maar die redt zich uitstekend zonder dat zijn motorisch uitgedaagde moeder achter hem aan klimt.
Dus wij doen koffie. En een Gesprek. En nog een koffie en nog meer Gesprek.
Jezus hee, dit alles maakt deze expeditie echt een heel stuk beter te doen. Ik kan mijn geluk niet op.

Walhalla
Zo nu en dan komt er een oververhit kind voorbij dat we aanleggen aan een pakje sap of een broodje in handen duwen of dat even getroost moet worden omdat een of andere blaag zo stout was om een bal te gooien of iets onaardigs te zeggen, om dan meteen weer weg te sprinten, terug dat walhalla in.
Zelfs na een aantal uren zijn ze nog steeds goed te pruimen, die kinderen van ons, al worden ze langzaamaan wel steeds roder en klammer.

Dolle boel
Door de speaker galmt de stem van een medewerkster met het vriendelijke verzoek om ‘de tosti en de ciabatta tonijnsalade op te komen halen’.
Een opgeschoten jochie van het type Syfiliano wringt zich achter mijn stoel langs en denkt daarbij dat hij door me heen kan. Ik trek een autoritair gezicht en zet het joch op z’n plek, waarop Esther droogjes opmerkt: “Goed bezig. Opvoeden doen we immers samen.”
Opnieuw de stem van de medewerkster, met het al iets dringender verzoek om ‘de tosti en de ciabatta tonijnsalade’ op te komen halen.
Ik wandel even naar de ballenbak om te zien of ik beide kinderen nog heb en zie bovenin het klimrek een meisje van een jaar of acht rondparaderen met twee ballenbakballen bij wijze van cup dubbel D in haar hemdje.
De speaker weerklinkt weer. Het verzoek tot het ophalen van ‘de tosti en de ciabatta tonijnsalade’ is allang niet meer zo vriendelijk.
Schielijk kijken we rond of iemand het lef heeft alsnog zijn bestelling in ontvangst te gaan nemen.
Dan is mijn jongste zijn beer kwijt en sturen we de rest op expeditie, wat godzijdank leidt tot de hereniging van Beer&Peuter.
Eentje moet er plassen.
Eentje wil er snoep.
Kortom, het is een dolle boel in Uitgeest.

Evaluatie
Het is alweer halfdrie wanneer we vier doorgeballenbakte kinderen weer in schoenen en jassen hijsen.
Ervaren supermama’s als we zijn weten we total meltdowns te voorkomen. Sterker nog: we hebben er zelf ook nog iets aan gehad vandaag.
Wie had immers kunnen denken dat we ons ondanks vier kinderen konden bezighouden met belangrijke dingen zoals de evaluatie van ons 1-januari-gala van afgelopen maandag? Of het feit dat er een wereld is achter je droger, waar sokken naartoe verhuizen, liefst één van elk paar? En dat dat dezelfde wereld is als waar de Goede Mannen wonen en waar er maar heel af en toe eentje uit weet te ontsnappen?
Wij niet, in elk geval.

Ahh fuck it
Inderdaad: sommige dingen worden makkelijker naarmate je kinderen groter worden. En dan ineens kan je ontspannen. En loopt je batterij helemaal niet meer zo erg leeg als voorheen. En hoeft alles ineens helemaal niet meer perfect te zijn. Omdat het gewoon leuk is omdat het leuk is. Omdat je kinderen het leuk hebben. En dat je dan ineens echt naar je kinderen kan kijken. Zonder alles eromheen. Zonder dwang. Zonder aan die zelfopgelegde verwachtingen te hoeven voldoen.
En met een boel ‘ahh fuck it’.

Nu wil er eentje pizza. En de ander wil patat. Dus ahh fuck it. Het is vakantie. Dus het wordt pizza en patat.
En voor mama: dr. Phil.
De wodka kan de vriezer in. Want die was helemaal niet nodig.

 

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)

1 Comments
Share

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus. Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

1 Comments

  1. Johan
    4 januari 2018 at 5:17 pm

    Weer een toppertje ! Leuk om te lezen en je zie de beelden voor je bij het lezen van de tekst.

    Gr
    Johan

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten