Zwaai maar dag met je Lego-hand

zwaai-maar-dag-met-je-lego-hand

l_lego_12856_pop_zaklampAf en toe, of nou ja, best wel vaak eigenlijk, voel ik me net een kapotte langspeelplaat. Zo heb ik de constructie:
“Mamaaaah?”
“Jaaaaah..?”
eens geturfd. Maar liefst 13.762 keer gingen we op herhaling, Teddy en ik. Op één dag.

Ook “NIET in je mond!” is hier een veel gebezigde waarschuwing. Hoewel ik uitspraken met ‘niet’  zoveel mogelijk probeer te vermijden (immers, wat hoort een peuter als je zegt “niet op dat muurtje klimmen!”? Juist: “Op dat muurtje klimmen!”) krijg ik dat op dit gebied maar moeilijk voor elkaar.

Onze Teddy is gek op kleine poppetjes en beestjes. Al dat minispul zit knus bij elkaar in bakjes, tasjes en doosjes en gek genoeg weet ze van elk dingetje exact waar ze het terug kan vinden.
Dat zat er trouwens al vroeg in. Als spruitje dat nog maar net rechtop kon zitten wist ze zich al bijzonder lang te vermaken met enkel een emmertje en wat wasknijpers.
Dus toen Pieter, tot grote vreugde van Teddy, op een mooie dag thuiskwam met een doosje Legopoppetjes, hadden we d’r lange tijd geen kind aan.

Dol op klein priegelspul, dat heeft ze van d’r vader. Van mij heeft ze meegekregen dat alles waar ze blij van wordt mee naar bed moet. Voor wat betreft haar nieuwste aanwinst zag ik de bui al meteen hangen; niet alleen vanwege het verstikkingsgevaar, maar ook omdat ik mijn lesje wel had geleerd met Gele Kwakkie. Een middernachtelijke zoekexpeditie naar een minuscuul stukje plastic, daar had ik niet zoveel trek in.

Er was heel wat overredingskracht voor nodig, maar uiteindelijk vond Teddy een alternatief voor een slaapplek naast haar hoofdkussen. De poppetjes mochten op haar lage kast staan, gebroederlijk naast elkaar, als een soort staande ovatie.
Hoewel matig enthousiast, kon ze zich erin vinden.

De avond verliep verder zoals de meeste avonden; kinderen in bed, computer op schoot, emmertje thee, tot ik ineens opschrok van een hysterisch gebrul vanuit Teddy’s kamer. Dit was geen ik-kan-naar-de-theaterschool-huil, of een ik-wil-nog-tv-kijken-waarom-mag-ik-geen-tv-meer-kijken?!-protest, dit was the real deal.
Halsoverkop stormde ik haar slaapkamer in, om haar volledig over haar toeren in bed aan te treffen.
“Wat is er?” vroeg ik dringend. “Monsters? Beestjes? Is Barbie weer vermist? Wat? Wat?!”

Pas na liters snot & tranen kwam het hoge woord eruit. Ze was dus uit bed gekomen. Ze had dus een poppetje mee terug genomen. Eentje maar. En toen… en toen… en toen…
Tja. Toen had ze dus zomaar ineens zijn handje ingeslikt.  “Ga ik nou stikken, mama?”

Serieus, er was geen land meer mee te bezeilen. Hoe ik haar ook bezwoer dat dat handje echt te klein was om in te stikken en dat het al lang en breed in haar buikje zat naast haar broodje hagelslag, ze zat totaal verstrikt in haar angst.
Pas toen ik begon over de Wondere Wereld van het Darmsysteem brak de zon weer door. Het beeld van een zwaaiend handje in een grote berg poep, daar kon ze wel wat mee. Ik zeg het niet vaak, maar lang leve de anale fase.
Met een brede glimlach viel ze in slaap.

En toen was het de volgende dag. Naar elk toiletbezoek werd met spanning uitgekeken door peuterlief, en regelmatig klonk er teleurgesteld: “Aaw, alwéér alleen maar een plasje!”
Tot, na laaaaang wachten, het moment was aangebroken voor een grote boodschap. Ik denk nu dat ik tot dan toe volledig in denial  ben geweest, want pas toen ze riep:
“Mamaaaaah! Ik ben klaahaar! Kom je helpen zoeken?!”  sloeg het besef me als een baksteen in het gezicht. Ik was echt enorm de Sjaak.

Gewapend met een vergiet, een oude vork en mijn mantra “het is mijn kind dus het is niet vies, het is mijn kind dus het is niet vies” toog ik naar de wc, waar Teddy me vol verwachting aankeek. Hoe ik het ook wendde of keerde; het was en bleef kak. Ik moest echt alle zeilen bijzetten om mijn poezelige peuter voor mijn geestesoog te houden. Gelukkig ben ik beter met poep dan met kots. Mijn Happy Place ontving me met open armen. Hello darkness, my old friend.

Na een beetje halfslachtig in de pot te hebben geroerd zonder een minuscuul geel handje aan te treffen was ik er al snel klaar mee.
“Hij zit er niet bij, lief. Misschien de volgende keer.”

Een dag later, ik zit met de kinders te chillen in de keuken. Er wordt gerommeld, gespeeld, Doctor Phil doet z’n ding, er heerst harmonie. Totdat ik, vanuit mijn ooghoek, Teddy stilletjes naar het toilet zie vertrekken. Shit, denk ik, daar gaan we weer.
Maar dan ineens, mijn redding. De voordeur gaat open, Pieter komt thuis na een dag op kantoor en ik zie mijn kans schoon. Ik grabbel een verbaasd kijkende baby uit de box en peer ‘m met een noodgang naar boven.
In gedachten tel ik af, 3… 2… 1… en ja hoor. Daar klinkt het opgetogen “Mamaaah! Ik ben klaahaar! Kom je helpen zoeken?!”
Yes. Missie geslaagd.

“Ik ben even met James bezig!” roep ik terug. “Papa helpt je wel!”
Ik luister toe hoe Teddy haar instructies geeft en hoor hem een gesmoord ‘what the fuck, serieus?!’ uitbrengen.
Ik kan er niks aan doen, ik grinnik.
“Als je nou dat oude vergiet even pakt, en een lepel ofzo,” roep ik uiterst behulpzaam van boven aan de trap, “en je denkt aan iets leuks, dan is het zo voorbij.”
Ik moet het hem nageven, hij heeft maar een keer gekokhalsd.

Ook hij vond het handje trouwens niet terug. Natuurlijk is dit meerdere dagen het onderwerp van elk gesprek geweest. Bij elke gelegenheid werd er gegrapt over zwaaiende poep, waarna ze dan keihard om zichzelf moest lachen (dat heeft ze overigens van mij, ik vind mezelf vaak ook uiterst grappig).

Hoewel de luchtigheid weer terug is, kan ik niet ontkennen dat ik een aantal avonden nog een extra keer ben gaan kijken of alle poppetjes nog over hun ledemaatjes beschikten.

Met peuters weet je het immers maar nooit.

 

 

 

 

 

 

 

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)

1 Comments
Share

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus. Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

1 Comments

  1. Francisca
    23 april 2015 at 4:37 pm

    Wat een geweldig verhaal weer! Ik had er gewoon beeld bij.

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten