Net zoals iedereen heb ook ik mijn bucketlist, waarop staat dat ik succesvolle boeken wil schrijven, mijn oude spijkerbroek weer aan wil, veel wil lachen en mijn ultieme droom, Australië opnieuw bezoeken, wil laten uitkomen.

Ik heb ook een never-nooit-bucketlist, die ik al lang geleden opstelde. Zo zou ik never-nooit gaan roken (kuch. Het is een vieze gewoonte, lieve kijkbuiskinderen, en een bevrijding om eraf te zijn. Begin er niet aan), never-nooit een tattoo laten zetten (oeps) en never-nooit uit een vliegtuig springen met alleen een parachute als levensverzekering (tja).
In de loop der jaren is het lijstje bijgesteld en aangepast, er is op gekrabbeld, in gestreept, er is bijgevoegd en geschrapt.

Ik bedoel: als je me tien jaar geleden had verteld dat ik ooit nog eens ‘en plein public’ mijn neus diep in de pamperbillen van een dreumes zou drukken en hard zou snuiven om vast te stellen of ik poep rook (en aan papa zou vragen “hm… ik twijfel, ruik jij eens?”), of mijn comfortabele en uitermate knusse 35-vierkante-meter-meisjesmand midden in de stad zou verruilen voor een grote-mensen-huis in een (*slik*) nieuwbouwwijk, zo’n autoluwe,  met veel gezinnen en kindertjes en om de haverklap een ‘hoera! Een baby!’ slinger ergens aan een raam en driewielertjes  en een park met eendjes in de vijver, zeg maar: my worst nightmare van nog geen vijf jaar geleden,
of… dat ik ooit nog eens uit elkaar zou gaan met de vader van mijn kinderen, offe… met uit pure concentratie samengeknepen ogen in een kleuter-aarsje zou turen op zoek naar (*aaargh*) aarsmaden, of dat ik geheel vrijwillig en eigenlijk zonder erbij na te denken mijn hand uit zou steken om een uitgekauwd croissantje/bergje kots/toch niet zo lekker mandarijntje op te vangen en het niet eens vies zou vinden…
Of dat ik op de gemiddelde vrijdagavond om acht uur uitgeput en gehuld in een Kruidvat-sterretjespyjama met de afstandsbediening in mijn hand op de bank in elkaar zou zakken en zou denken; ‘wat fijn dat ik de deur niet meer uit hoef, je zal maar in de kroeg moeten staan…’

zou ik je dan hebben geloofd? Ik denk dus van niet.

Geinig he, het leven? Ineens betrap je jezelf erop dat je juist die dingen doet  waarvan je zei ze nooooooit te gaan doen. En je vindt het dan nog wel prima ook. Of zelfs leuk.
Meestal dan.

Ik zal het maar gewoon ronduit zeggen: ik ben een controlfreak. Voor zolang als ik me kan herinneren heb ik mezelf beschouwd als de scriptschrijver, regisseur én de uitvoerend persoon van mijn eigen leven en stiekem deels dat van anderen. Als ik dít zeg, dan doet de ander dát, en als de ander zús doet, dan doe ik gewoon zó. Met als gevolg de snoeiharde levenslessen, teleurstellingen en andere levensmeuk die me heeft gevormd zoals ik nu ben.

Het klinkt allemaal zo zweverig, uitspraken als ‘als er een deur dichtgaat dan gaat er ergens anders een raam open.’ Jarenlang heb ik mezelf ten doel gesteld bepaalde deuren hermetisch dicht te spijkeren en met opeengeklemde kaken naast het raam te gaan zitten, verbeten wachtend op dat wat ik bedacht had dat komen ging. Dat rottige raam zou opengaan, verdomme, al was het alleen maar omdat ik dat zo had bedacht.
Dus niet. Want dat raam bleef dicht en dat wat komen moest, dat kwam dan gewoon via het plee-raampje. Dat wat komen moet, dat komt namelijk toch wel.

Eerder schreef ik al eens over een inzicht dat ik pas relatief kortgeleden heb opgedaan, namelijk dat het leven uit een aaneenschakeling van fases bestaat. Weet je wat me daarbij helpt, bij dat inzicht? Mijn kinderen.

Zowel Teddy als James zijn beiden behept (ja, of gezegend, het is maar net hoe je het bekijkt) met twee uitermate lange lellen van ouders. Met een vader en een moeder die beiden ergens dik in de 1.90 meter eindigen, kun je erop wachten dat ook die kleine spruitjes al snel uitgroeien tot bloemkolen. En dat is dus ook precies wat ze doen. Zit een spijkerbroekje de ene dag te royaal, de andere dag ziet het eruit alsof je kind een tsunami verwacht.

Op Teddy’s deurpost prijken de lengte-streepjes die ik boven haar blonde kruintje zette vanaf het moment dat ze zelf rechtop kon staan. Van de ene op de andere dag hoefde ik daar al niet meer voor door mijn knieën. En tegenwoordig is bukken ook al niet meer nodig.
Ze zegt dingen als: “Ooooh mamaaaaa. Je begrijpt er ook weer níks van! Daar raak ik ontmoedigd van!”
Dan zucht ze een wanhopige zucht en geeft me ‘en passant’ een onvervalste eyeroll.

Wat ik maar zeggen wil; het leven gaat verschrikkelijk snel. En ik ben erachter gekomen dat ik helemaal geen zin meer heb om voor anderen te denken (die doen namelijk toch altijd iets anders dan je had verwacht) of om slapeloos piekerend met malende kaken naast een spreekwoordelijk raam te gaan zitten.

Ik pakte laatst mijn never-nooit-bucketlist er weer eens bij, om opnieuw tot de conclusie te komen dat er voor de zoveelste keer dingen weggestreept moesten worden. Toen nam ik een perforator. Vouwde het papier dubbel, en nog eens, en nog een keer. Zette de tanden van de perforator erin. En ik veranderde zo mijn never-nooit-bucketlist in confetti, die ik met twee handen tegelijk kwistig rondstrooide.

Dingen gaan zoals ze gaan, het enige dat je kan doen is doorademen, accepteren en meezwemmen in de stroom. Immers, een stapje terug na een stap vooruit en dan weer terug is geen teleurstelling, dat is gewoon een chachacha.

Charlotte

Mijn naam is Charlotte en ik ben 37 jaar oud. Ik ben de trotse moeder van dochter Teddy (6 jr.) en zoon James (bijna 3) en breek zo nu en dan bijna mijn nek over kater Titus.
Koken vind ik een uitdaging. Oh, en ik schrijf. Vaak.

Latest posts by Charlotte (see all)