Een leven lang strijd met gewicht
Als ik eerlijk ben, worstel ik al mijn hele leven met overgewicht. Niet altijd op een manier die me belemmerde, maar na mijn zwangerschappen werd het steeds meer een ding. Daarbovenop kwam mijn schildklier, die jarenlang deed wat hij zelf wilde. En geloof me: dat helpt niet bepaald als je probeert af te vallen.
Toch bleef ik proberen. Gezond eten, beter voor mezelf zorgen, stapjes zetten. En heel langzaam begon er iets te veranderen. Niet snel, niet spectaculair, maar wel echt.
De eerste veranderingen — eindelijk resultaat
En dan ineens zie je het. Dat kleine boogje in je taille. Dat silhouet dat je al jaren niet meer hebt gezien. Dat moment waarop je denkt: hé, ik heb eigenlijk best een mooie middel.
Maar misschien nog belangrijker: ik begon mezelf anders te zien. Liever. Zachter. Met meer waardering.
Want zodra je voelt dat je het waard bent — om van gehouden te worden, om leuke kleren te dragen, om fijne vriendschappen te hebben — dan verandert er iets. Misschien is dát wel het moment geweest waarop mijn ballast begon te dalen.
14 kilo kwijt — maar nog lang niet klaar
Met 14 kilo minder ben ik er nog niet. Ik ben onderweg, maar mijn grootste troef moet nog komen: sporten.
Ik dacht dat ik na één uur zweten in de sportschool meteen een sportief mens zou worden. Dat ik het wel “even” in mijn routine zou passen. Maar nee. Wekenlang riep ik dat ik geen tijd had. Dat werken ook een soort sport is. Dat ik moe was. Allemaal smoesjes.
Geen excuses meer — tijd voor actie
Nu Luna één ochtend per week naar de peuterspeelzaal gaat terwijl ik vrij ben, heb ik geen enkel excuus meer. Dat wordt onze sportochtend. Zij spelen, ik sporten. Klaar.
En nu duimen dat ik volgende maand kan zeggen dat er 20 kilo af is. Ik ga ervoor.
