Een paar jaar geleden had ik geen idee dat er een verschil was tussen een meltdown en een driftbui. Voor mij was het gewoon een kind dat helemaal losging. Inmiddels woon ik met twee kinderen met autisme in huis (mijn man heeft het ook), en ik merk nu duidelijk dat dit twee verschillende dingen zijn. Ik ben geen hulpverlener. Dit is wat ik zelf zie en leer.
Een driftbui: ik kan nog bij ze komen
Bij een driftbui is er nog contact. Mijn kind is boos of teleurgesteld, maar ik kan nog sturen. Ik kan praten, vragen stellen en ze zelf laten nadenken over wat er aan de hand is. Ze kunnen nog rationaliseren, al kost het soms even tijd. Daardoor kan ik beide kinderen bij een driftbui nog prima reguleren. Mijn zoon schiet sneller in een driftbui dan mijn dochter. Dat kost energie, maar het is te doen.
Een meltdown: de controle is weg
Bij een meltdown is dat anders. Ze verliezen alle controle en kunnen niet meer rationaliseren, hoe rustig ik ook uitleg. Praten of redeneren heeft dan geen zin. Het is niet dat ze niet willen luisteren. Ze kunnen het op dat moment gewoon niet meer. Bij mijn dochter zie ik dat goed. Ze heeft eigenlijk geen driftbuien. Bij haar loopt het langzaam op en dan ontploft het een keer in de zoveel maanden. Mijn zoon heeft ook meltdowns, maar bij hem zie ik veel vaker een driftbui. Twee kinderen met autisme en toch zo verschillend.
Wat er volgens mij onder zit
Zoals ik het begrijp, zit er bij autisme vaak overprikkeling achter. Een dag vol geluid, drukte, veranderingen en gevoelens stapelt zich op, en op een gegeven moment past er niets meer bij. Dan neemt het lichaam het over en is er geen ruimte meer om na te denken. Daarom helpt uitleggen niet. Dat deel van het hoofd is op dat moment niet bereikbaar. Ik ken de precieze wetenschap niet, en volgens mij is de grens tussen een meltdown en een driftbui ook niet altijd scherp. Voor mij is het onderscheid vooral een handig hulpmiddel.
Hoe ik het verschil herken
Voor mij komt het neer op één vraag: kan ik nog bij ze komen? Kan mijn kind nog meedenken en weer terugkomen in een gesprek? Dan is het een driftbui. Lukt dat helemaal niet meer? Dan is het een meltdown. Eerst had ik geen idee waar ik naar keek. Nu zie ik het meteen.
Wat ik doe bij de een en de ander
Bij een driftbui stuur ik. Ik help mijn kind om zelf te rationaliseren en we komen er samen uit. Bij een meltdown is mijn taak heel anders. Ik los niets meer op en leg niets meer uit. Ik zorg dat ze veilig zijn, ik ga naast ze staan en ik laat alles eruit komen wat erin zit. Dat voelt als weinig doen, maar het is wat ze op dat moment nodig hebben: iemand die er gewoon is. Na een meltdown zijn ze leeg. Dat is niet het moment om erop terug te komen. Dat doe ik later, als het weer rustig is.
Waaraan ik merk dat het eraan komt
Een meltdown komt zelden uit het niets. Als ik goed kijk, zie ik het vaak aankomen, al is het bij mijn kinderen heel verschillend. Mijn zoon gaat zich meer afzetten. Hij wordt tegendraadser, gaat overal tegenin en is moeilijker te bereiken. In het begin kan dat eruitzien als gewoon lastig doen, maar ik weet inmiddels dat er meer achter zit. Bij mijn dochter begint het met buikpijn. Dat is bij haar een van de eerste signalen dat het te veel wordt. Buikpijn kan natuurlijk ook gewoon buikpijn zijn, maar als ik het zie in een drukke periode of na een volle dag, weet ik dat ik extra moet opletten. Die voortekenen zijn voor mij het belangrijkste hulpmiddel. Ze geven me de kans om iets te doen voordat het te laat is.
Kun je het voorkomen?
Niet altijd, en dat is eerlijk gezegd het lastigste. Soms is het gewoon te veel, ook als je alles goed doet. Maar je kunt de kans wel kleiner maken. Ik probeer voor mijn kinderen een duidelijke structuur te houden en vertel ze van tevoren wat er van ze verwacht wordt op de dag, zodat ze niet voor verrassingen komen te staan. Merk ik dat het al te veel is, dan laat ik ze terugtrekken naar hun eigen plekje of bezigheden. Dat doe ik liever eerder dan later, voordat het uit de hand loopt. Ook prikkels verminderen helpt: bij ons zijn dat een koptelefoon met muziek, Loop-oordopjes en fidget toys. Daar schreef ik een apart artikel over: koptelefoon of oordopjes bij autisme, wat bij ons helpt tegen prikkels.
En het is niet jouw schuld als het toch misgaat, dit heb ik tijdenlang wel zo gevoeld, je hebt er echter vaak geen controle op. Een meltdown betekent niet dat je het verkeerd doet, en ook niet dat je kind iets fout doet. Herken je je in mijn verhaal? Ik ben benieuwd hoe het bij jullie gaat en wat jullie helpt. Laat het gerust weten in de reacties.
Lees ook: Selectief eten bij autisme: wat bij ons werkt

