De voorbereiding: mijn grootste struikelblok
Op vakantie gaan klinkt heerlijk, maar voor mij begint de stress al ver voordat we überhaupt de straat uit zijn. Het inpakken, het huis netjes achterlaten, bedenken wat mee moet… het is alsof mijn hoofd overloopt voordat we nog maar één tas hebben dichtgeritst. En plannen? Dat is gewoon niet mijn talent. Ik ben er eerlijk in: ik bak er niks van.
Dit keer werd het nog spannender, want ik liep rond met zenuwen in mijn schouder waardoor ik veel moest delegeren. En laat dat nou net iets zijn waar ik óók niet goed in ben. Robbert werd er knettergek van, en ik eigenlijk ook van mezelf.
Disneyland beloven betekent: geen weg terug
Het liefst had ik de hele vakantie gecanceld. Lekker thuis blijven, geen gedoe, geen stress. Maar ja… we hadden de kinderen Disneyland beloofd. Dan kun je niet meer terugkrabbelen. Dus daar gingen we. Met koffers, tassen, lijstjes en mijn hoofd vol “hebben we dit wel?” en “ben je dat niet vergeten?”
In de auto: mijn innerlijke verkeersagent
En dan denk je dat je kunt ontspannen zodra je in de auto zit. Nou, niet bij mij. Ik verander in een soort menselijke verkeerswaarschuwing.
Let op je snelheid. Die auto remt. Die vrachtwagen wil invoegen. Robbert, die bus staat stil! Kijk, een flitspaal! Nu zijn we geflitst. “Welnee,” zegt hij dan. Maar ik ben al halverwege een paniekaanval.
Ik snap dat geen enkele man hier blij van wordt. De mijne ook niet. En dan helemaal tot Parijs… ik geloof dat ik hem nog een excuses verschuldigd ben.
Op bestemming: eindelijk rust
Het mooie is: zodra we aankomen, valt alles van me af. Dan kan ik loslaten, ontspannen, genieten. Robbert neemt alles uit handen, de kinderen zijn blij en ik voel me weer mezelf. Alleen nog de terugweg overleven, maar dat is een zorg voor later.
