Tussen de eindeloze wasmanden, de zorg voor je gezin en alle ballen die je dagelijks hoog probeert te houden, zijn relaties vaak de plek waar je jezelf een beetje zou moeten kunnen laten zakken. Of het nu gaat om vriendschappen, familie, je kinderen of andere mensen die belangrijk voor je zijn: je wilt kunnen voelen dat je niet altijd alles hoeft te dragen. Toch merk ik de laatste tijd steeds vaker dat juist daar voor mij een enorme valkuil zit. Waar een relatie natuurlijk best wat moeite en aandacht mag kosten, merk ik dat ik er soms zóveel energie in stop dat het voor mij als hard werken gaat voelen. Niet omdat relaties geen moeite mogen kosten, maar omdat ik mezelf steeds weer verantwoordelijk maak voor hoe het met de ander gaat, hoe een gesprek verloopt en of alles tussen ons wel goed blijft. En het besef dat ik daar zelf een groot aandeel in heb, is best confronterend.
Ik heb mezelf jarenlang aangepast aan anderen
Als ik heel eerlijk naar mijn eigen patronen kijk, ben ik altijd een verbinder geweest. Iemand met een enorme loyaliteit, die feilloos aanvoelt hoe de sfeer is en bijna automatisch probeert de vrede te bewaren. Jarenlang zag ik dat eigenlijk als iets positiefs. Ik was degene die meebewoog, ongemakkelijke stiltes opvulde en mijn eigen behoeftes zonder al te veel moeite op de tweede plek zette als dat betekende dat er geen gedoe ontstond. Als iemand niet lekker in zijn vel zat, voelde ik dat. Als er iets speelde, wilde ik weten wat. En als ik het gevoel had dat er iets niet goed zat, ging ik daar toch weer over nadenken. Ik wilde begrijpen, oplossen, helpen en vooral voorkomen dat iemand zich vervelend voelde.
Dat doe je natuurlijk niet bewust. Het is er op een gegeven moment gewoon ingeslopen. En waarschijnlijk heb ik er ook jarenlang een bepaalde veiligheid in gevonden. Als ik maar goed aanvoelde wat een ander nodig had, als ik maar lief genoeg was, meewerkte, begrip had en niet te veel van mezelf vroeg, bleef alles misschien wel rustig. Maar als je eigen leven al behoorlijk onder druk staat, merk je ineens hoe vermoeiend dat eigenlijk is. Die gevoeligheid voor de stemming van een ander wordt dan niet meer alleen iets moois, maar ook iets waar je zelf behoorlijk last van kunt krijgen. Zonder dat iemand mij letterlijk vraagt om iets te doen, merk ik dat ik regelmatig op eieren loop. Ik denk na over mijn woorden, pas mijn stemming aan en probeer spanning of ongemak alvast weg te nemen voordat het er überhaupt is. Voor ik het weet, ben ik weer degene die probeert alles goed te houden, terwijl ik eigenlijk vergeet dat ik er zelf óók gewoon mag zijn.
Niet iedere emotie om mij heen is van mij
Dat is misschien wel een van de moeilijkste dingen die ik aan het leren ben: niet alles wat ik voel, hoef ik ook op te lossen. Als iemand boos is, betekent dat niet automatisch dat ik iets fout heb gedaan. Als iemand stil is, hoef ik niet meteen te bedenken wat er aan de hand is. Als iemand teleurgesteld is, hoef ik niet direct mijn eigen gedrag onder de loep te leggen om te kijken wat ik anders had moeten doen.
Dat klinkt ontzettend logisch als ik het zo opschrijf. Maar als je gewend bent om voortdurend bezig te zijn met de mensen om je heen, is dat helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ik merk het in allerlei relaties. Niet alleen in vriendschappen, maar ook binnen mijn gezin en in andere contacten. Ik kan mezelf ontzettend druk maken over hoe iets bij een ander overkomt. Of ik iets wel goed heb gezegd. Of iemand boos op me is. Of ik iets moet uitleggen. Of ik iets moet herstellen. En ondertussen ben ik soms mezelf compleet voorbijgelopen.
Ik hoef niet altijd aan te staan
Ik hoef niet altijd 101 keer te vragen hoe het met iemand gaat, hoe hun dag was of of er iets aan de hand is. Natuurlijk wil ik weten hoe het met iemand gaat als daar iets speelt. Natuurlijk ben ik er als iemand me nodig heeft. Maar ik begin steeds beter te begrijpen dat verbinding niet betekent dat je voortdurend bezig moet zijn met elkaar. Eigenlijk hou ik juist enorm van die spontane gesprekken. Die random gesprekken die ineens ergens over gaan. Over een aankoop waar iemand ontzettend blij mee is, een frustratie over iets wat die dag gebeurde, leuk nieuws, iets grappigs of gewoon complete onzin waar je samen om kunt lachen. Dat vind ik gezellig. Dat voelt licht. Daar hoeft niet altijd een diep gesprek of een emotionele check-in achter te zitten.
En dat geldt voor mijzelf ook. Ik hoef niet tien keer gevraagd te worden hoe ik me voel, wat ik doe of of alles wel goed gaat. Soms wil ik gewoon kunnen zijn. Een beetje kletsen, lachen, iets vertellen wat nergens over gaat en daarna weer verder met mijn dag. Zonder dat ik ondertussen het gevoel heb dat ik iets moet uitleggen of dat ik voortdurend beschikbaar moet zijn. Dat betekent niet dat ik geen interesse heb. Integendeel. Ik hou van mensen, ik hou van verbinding en ik ben er graag voor de mensen om wie ik geef. Maar ik begin steeds beter te begrijpen dat verbinding niet hetzelfde is als voortdurend met elkaar bezig zijn. Je mag elkaar ook gewoon even laten zijn.
Mijn lichaam is soms duidelijker dan mijn hoofd
Mijn hoofd kan namelijk ontzettend goed uitleggen waarom iets allemaal wel meevalt. Ik vertel mezelf dat ik gewoon wat meer mijn best moet doen. Dat ik niet zo moeilijk moet denken. Dat ik begripvol moet zijn. Dat ik misschien gewoon even mijn tanden op elkaar moet zetten. Mijn lichaam is daar een stuk minder makkelijk in.
De stress van steeds ‘aan’ staan, van voortdurend aanvoelen, aanpassen en rekening houden met anderen, kost energie. En als die energie er eigenlijk al nauwelijks meer is, merk je dat vanzelf. Mijn lichaam trekt op een gegeven moment gewoon aan de rem. Ik leer nu langzaam dat die signalen geen teken zijn dat ik gefaald heb. Het is juist mijn lichaam dat heel duidelijk aangeeft waar mijn grens ligt.
Ik kan niet eindeloos blijven geven als mijn eigen batterij leeg is. En toch vind ik dat nog steeds lastig. Want weten dat je een grens hebt, is iets anders dan hem ook daadwerkelijk aangeven.
Ik hoef niet overal sorry voor te zeggen
Een van de dingen die ik hierin ook aan het leren ben, is dat ik niet overal automatisch sorry voor hoef te zeggen. Ik hoef niet oneindig vaak sorry te zeggen terwijl het helemaal niet mijn plek is om sorry te zeggen. Ik hoef niet automatisch de schuld naar mezelf toe te trekken alleen maar omdat er ergens spanning is ontstaan. Niet iedere situatie hoeft door mij gerepareerd te worden. Niet iedere ongemakkelijke stilte vraagt om een oplossing en niet iedere teleurstelling van een ander betekent dat ik iets verkeerd heb gedaan.
Dat betekent natuurlijk niet dat ik nooit mijn excuses hoef aan te bieden. Als ik iets verkeerd doe, dan doe ik dat gewoon. Maar er zit een enorm verschil tussen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag en verantwoordelijkheid nemen voor alles wat er om je heen gebeurt. Dat verschil probeer ik steeds beter te zien.
Grenzen stellen voelt nog steeds ongemakkelijk
De omslag van altijd maar pleasen naar gewoon jezelf mogen zijn in je relaties gaat bij mij allesbehalve vanzelf. Ik val regelmatig terug in oude gewoontes. Soms merk ik het pas achteraf en denk ik: ja hoor, daar ging ik weer. Toch probeer ik het steeds opnieuw. Ik oefen met ‘nee’ zeggen als mijn batterij leeg is. Ik oefen met dingen uitspreken waarvan ik vroeger waarschijnlijk mijn mond had gehouden. Ik oefen met een stilte laten bestaan zonder hem meteen op te vullen. En ik probeer vooral te stoppen met mezelf eindeloos uitleggen zodra ik een grens aangeef.
Want ik mag aangeven wanneer iets mij raakt. Ik mag zeggen wanneer iets niet goed voelt. Ik mag voor mezelf opkomen. Ik mag grenzen stellen. En ik mag ook zeggen wanneer genoeg gewoon echt genoeg is.
Loyaliteit betekent niet dat ik mezelf moet verliezen
Natuurlijk wil ik loyaal zijn. Dat zit nu eenmaal in mij. Ik wil er zijn voor de mensen die belangrijk voor me zijn. Ik wil luisteren, helpen en betrokken zijn. Maar loyaliteit betekent volgens mij niet dat je alles maar moet blijven slikken. Dat je alles over je heen moet laten gaan omdat je anders misschien niet lief, begripvol of loyaal genoeg bent. Soms is eerlijk zijn juist veel loyaler dan blijven doen alsof alles prima is. En soms betekent voor jezelf kiezen niet dat je een ander laat vallen. Het betekent simpelweg dat je jezelf niet opnieuw laat vallen.
In een fijne relatie wil ik ruimte voelen om mijn pantser af en toe af te zetten. Ik hoef niet altijd te presteren, te zorgen of voortdurend te bedenken wat de ander nodig heeft. Ik wil er kunnen zijn met mijn goede humeur, mijn slechte humeur, mijn vermoeidheid of complete chaos in mijn hoofd. Ik ben nog lang niet op het punt waarop dat allemaal vanzelf gaat. Ik oefen. Ik val terug. Ik probeer het opnieuw. Maar ik merk wel dat er iets verandert.
De kleine momenten waarop ik wél een grens aangeef en daarna merk dat de wereld niet instort, geven me steeds een beetje meer vertrouwen. Ik hoef niet altijd degene te zijn die alles opvangt. Ik hoef niet altijd de sfeer te redden. Ik hoef niet altijd te vragen, te luisteren, te regelen, te begrijpen en mezelf aan te passen. Ik mag soms gewoon binnenkomen, op de bank ploffen, een stom verhaal vertellen over iets wat ik heb gekocht en keihard lachen om iets totaal onbenulligs. Zonder dat er iets opgelost hoeft te worden. Zonder dat ik hoef uit te leggen hoe het met me gaat. Zonder dat ik voortdurend ‘aan’ hoef te staan.
En dat is voor mij steeds meer waar een fijne relatie over gaat: niet over hoeveel je voor elkaar doet, hoeveel berichten je stuurt of hoe vaak je vraagt hoe het gaat, maar over de vrijheid om jezelf te kunnen zijn. Er voor elkaar zijn als het nodig is, maar elkaar ook ruimte geven wanneer dat nodig is.
Ik ben er nog lang niet. Maar ik ben er elke dag opnieuw, een beetje meer bewust van en dat is al een heel goed begin…
Voor mezelf kiezen betekent niet dat ik iemand anders laat vallen. Het betekent dat ik leer mezelf niet iedere keer als eerste te laten vallen.
