Ik ben gedoemoe. Het is vast geen woord uit het woordenboek, maar dit is het woord wat ik ervoor heb gekregen en het is eigenlijk precies het woord dat het meest passend is bij wat ik nu voel. Ik kan gewoon geen gedoe er meer bij. De kleinste dingen voelen als teveel en ik heb het idee dat mijn energie ergens is verstopt inmiddels en ik op mijn laatste beetje alles toch zo goed als ik kan probeer te doen. En dat lukt meestal ook nog wel. Je gaat toch door, regelt wat er geregeld moet worden, doet wat er gedaan moet worden en probeert er voor iedereen te zijn. Maar ondertussen merk ik dat mijn rek er een beetje uit is. Alsof mijn batterij al een tijdje op rood staat en er toch steeds iemand vraagt of ik nog even een stukje verder kan.
Het is ook niet dat er hele erge dingen gebeuren. Dat is misschien nog wel het gekste. Als iemand me zou vragen wat er nu precies allemaal zo verschrikkelijk is, zou ik waarschijnlijk niet eens met een indrukwekkende lijst kunnen komen. Het is vooral een opstapeling van dingen die misgaan, dingen die niet mis hadden moeten gaan en dingen die zo goed uitgedacht en gepland waren en dan toch weer anders lopen. Een afspraak die anders loopt dan verwacht, iets wat geregeld zou zijn maar toch niet geregeld blijkt, een plan waar je rekening mee hebt gehouden dat uiteindelijk toch weer aangepast moet worden. Eén keer denk je: ach, kan gebeuren. Twee keer ook nog. Maar als dit zich steeds blijft herhalen, voelt het op een gegeven moment toch alsof het universum tegen je is.
Alsof je nog zo goed kunt plannen, vooruit kunt denken en overal rekening mee kunt houden, maar er toch iedere keer ergens weer iets misgaat. En het zijn niet eens altijd de dingen zelf waar ik zo moe van word. Het is vooral dat je iedere keer opnieuw moet schakelen. Weer aanpassen, weer oplossen, weer bedenken hoe we het dan nu moeten doen. Als dat tien keer gebeurt, ben je gewoon een beetje klaar met het hele concept. Dan wil je een keer iets plannen en dat het ook gewoon precies zo gaat als je had bedacht. Niet omdat je nou per se controle wilt hebben over alles, maar omdat het soms gewoon lekker zou zijn als iets een keer níét ingewikkelder wordt gemaakt dan nodig.
En precies dát is het moment waarop ik merk: ik kan er even echt geen gedoe meer bij hebben.
En dan heb ik mijn eigen hoofd nog
Ondertussen ben ik ook moe van mijn lichaam. Hoewel het iedere dag beter wordt, ben ik niet waar ik wil zijn. Dat is een gekke combinatie, want ik weet heel goed dat ik vooruit ben gegaan en dat ik daar dankbaar voor mag zijn, maar tegelijkertijd kan ik het gewoon ontzettend zat zijn dat mijn lichaam nog steeds niet helemaal doet wat ik wil. Je kunt trots zijn op de stappen die je hebt gezet en tegelijkertijd balen van wat nog niet lukt. Dat sluit elkaar helemaal niet uit. Ik wil gewoon weer meer kunnen, meer energie hebben en minder hoeven nadenken over wat iets me kost. En als er dan iets tegenzit, voelt dat soms als het zoveelste ding dat er nog even bovenop komt.
Na de traumakliniek heb ik enorme stappen gemaakt. Echt enorme stappen. Ik heb daar veel geleerd, verwerkt en anders leren kijken naar dingen. Drie jaar geleden had ik waarschijnlijk niet kunnen bedenken waar ik nu zou staan. Toch merk ik dat ik nu opnieuw mentaal enorme stappen moet maken. Alleen zijn het andere stappen. Het gaat nu veel meer over loslaten wat niet is en misschien ook nooit zal zijn. Accepteren dat dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan, ook als ik daar zelf een ander verhaal bij had gewild. Verwerken wat er nog ergens rondslingert, geconfronteerd worden met triggers en soms ook ontdekken dat er misschien toch nog trauma zit waarvan ik dacht dat ik het inmiddels wel achter me had gelaten.
Dat vind ik soms best ingewikkeld. Je zou misschien denken dat je na een traject en drie jaar verder gewoon een soort eindstation bereikt. Dat je het verwerkt hebt en dat het daarna vooral een kwestie is van leven. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Sommige dingen komen later nog een keer voorbij. Niet omdat je het verkeerd hebt gedaan, maar misschien juist omdat je op een andere plek staat en er ruimte is om dingen te zien waar je eerder nog niet bij kon. En dat is ergens ook mooi, maar het kost wel energie. Het is opnieuw kijken naar dingen waarvan je dacht dat je ze al bekeken had. Opnieuw voelen wat je misschien liever niet voelt. En opnieuw accepteren dat niet alles te repareren, te veranderen of terug te draaien is.
Misschien is dat ook een deel van mijn huidige gedoemoe. Niet alleen het dagelijkse gedoe, maar ook het mentale werk dat ondertussen gewoon doorgaat. Je kunt aan de buitenkant misschien denken dat je een heel eind bent, terwijl je zelf voelt dat er vanbinnen nog van alles beweegt. En misschien hoort dat ook bij verder komen. Dat je niet terug bij af bent wanneer iets opnieuw geraakt wordt, maar dat je blijkbaar weer op een andere laag terecht bent gekomen.
En ondertussen groeien ze gewoon door
Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, hebben we natuurlijk ook nog de puberteit. Mijn hemel. In geen honderd jaar had ik vooraf kunnen bedenken hoe uitdagend deze generatie zou zijn. Dit mag ik overigens niet zo zeggen volgens mijn kinderen, maar hey, ze lezen vast dit toch niet. Naast dat ze de coronaperiode hebben meegemaakt, waarvan ik heilig geloof dat dit echt wel invloed heeft gehad op hun sociale ontwikkeling, denk ik ook dat de wereld voor hen nog nooit zo onveilig is geweest als nu. Ze krijgen zoveel mee en zoveel komt rechtstreeks hun leven binnen. Alles is altijd bereikbaar en de wereld staat letterlijk de hele dag op hun telefoon.
Ik denk dat het niet gek is dat ze daar op hun eigen manier mee proberen om te gaan. Ze vluchten in van alles en niks. Van kleine extremen naar grotere, en alles daartussenin. En elke keer opnieuw weten ze me onverwacht te verrassen met weer een ontwikkeling waarvan ik nog niet had bedacht dat deze ook een optie was. Je denkt soms echt dat je inmiddels wel een beetje weet hoe het werkt en dan blijkt er toch weer een compleet nieuw hoofdstuk te zijn waarvan niemand je vooraf even heeft verteld dat het eraan kwam.
En natuurlijk hoort dat erbij. Pubers moeten ontdekken wie ze zijn, grenzen opzoeken, dingen uitproberen en vooral heel hard laten merken dat ze zelf wel weten hoe het allemaal moet. Dat is onderdeel van opgroeien. Maar als je eigen energie al niet bepaald overloopt, is iedere nieuwe verrassing er soms gewoon eentje te veel. En dan merk je dat je minder geduld hebt, minder kunt hebben en sneller denkt: jongens, echt, ik heb hier nu even geen ruimte voor.
Dat is denk ik ook waar mijn gedoemoe vooral zit. Niet in één groot probleem, maar in de optelsom. Weer bedenken wat we moeten eten, afspraken, ziekenhuisgerommel, vriendengeneuzel, dingen die anders lopen dan gepland, dingen die misgaan die niet mis hadden moeten gaan en ondertussen ook nog proberen om mijn eigen hoofd en lichaam een beetje bij te houden. Geen van die dingen hoeft op zichzelf een ramp te zijn. Maar als je emmer al bijna vol zit en er steeds weer iets bijkomt, hoe klein ook, dan loopt hij op een gegeven moment gewoon over.
En hoewel het verleidelijk is om in de gedoemoe-modus te blijven zitten, weet ik net zo goed dat het een keuze is om erin te blijven. Ik kan mezelf de hele dag vertellen hoeveel gedoe er is, hoeveel dingen er tegenzitten en hoeveel mensen iets van me nodig hebben. Ik kan alles analyseren, overal over nadenken en in mijn hoofd alvast twintig scenario’s bedenken voor problemen die misschien helemaal nooit komen. Daar ben ik namelijk best goed in. Alleen word ik daar niet bepaald energieker van.
Gedoe is niet altijd van mij
Dus ben ik heel hard bezig om gedoe bij de ander te laten. Dat klinkt simpel, maar dat is het niet altijd. Zeker niet als je gewend bent om mee te denken, te zorgen, dingen op te lossen en ervoor te willen zorgen dat het goed gaat met de mensen om je heen. Toch moet ik mezelf steeds vaker herinneren dat niet alles mijn probleem is. Niet alles hoef ik op te lossen. Niet alles waar iemand anders mee zit, hoef ik ook te dragen. Ik kan betrokken zijn zonder alles over te nemen.
En ik probeer kleine dingen klein te houden. Niet ieder ding hoeft een probleem te worden. Niet ieder probleem hoeft vandaag opgelost te worden. Soms mag iets gewoon even vervelend zijn. Soms mag iets misgaan zonder dat ik vervolgens mijn hele dag bezig ben met hoe het anders had moeten lopen. Dat laatste vind ik misschien nog wel het moeilijkste: accepteren dat sommige dingen gewoon anders zijn gegaan dan ik had gewild, zonder dat ik mezelf daar eindeloos in blijf verliezen.
Want uiteindelijk probeer ik vooral te focussen op wat ik zelf nodig heb om te blijven staan. Niet pas als alles geregeld is, iedereen geholpen is, de kinderen weer een rustige fase hebben gevonden, mijn lichaam precies doet wat ik wil en alles uit het verleden netjes een plekje heeft gekregen. Maar nu al. Terwijl er nog gedoe is. Terwijl dingen soms misgaan die helemaal niet mis hadden moeten gaan. Terwijl ik soms opnieuw geconfronteerd word met dingen waarvan ik dacht dat ik ze al had verwerkt.
Wat ik wel kan proberen, is bepalen hoeveel van dat gedoe ik meedraag. Niet alles is van mij, niet alles hoef ik op te lossen en niet alles hoeft vandaag. Ik probeer te accepteren dat sommige dingen anders zijn gegaan dan ik had gewild, dat niet alles te veranderen is en dat ik mijn energie niet hoef te steken in dingen waar ik geen invloed op heb. Misschien is dat waar ik nu opnieuw in mag oefenen: loslaten zonder mezelf daarin kwijt te raken.
Dus ja, ik ben gedoemoe. Niet omdat alles verschrikkelijk is, maar omdat het soms gewoon allemaal tegelijk komt. Mijn lichaam, mijn hoofd, de kinderen, het geregel, dingen die anders lopen dan gepland en alles wat ondertussen nog ergens in mij rondzwerft.
Misschien hoef ik het gedoemoe ook niet meteen op te lossen.
Misschien is het voor nu genoeg om te erkennen dat ik het ben.
Gedoemoe dus.

